Een speelveld kun je op verschillende manieren bekijken. Je kunt onderzoeken wie betrokken zijn, welke rol zij hebben, wat zij belangrijk vinden, hoe zij met elkaar verbonden zijn, waarop zij invloed hebben en waar die invloed vandaan komt. Ook ontwikkelingen en spelregels rondom de opgave bepalen wat spelers kunnen en doen.

Je hoeft niet alles tegelijk zichtbaar te maken. De vraag die op dat moment voorligt, bepaalt waar je naar kijkt. Wil je weten wie nog ontbreekt? Dan heb je een andere invalshoek nodig dan wanneer je wilt begrijpen waarom spelers elkaar niet weten te vinden of waarom een verandering moeilijk op gang komt.
De opgave is het vertrekpunt
Een speelveld bestaat altijd in relatie tot een opgave. Begin daarom niet bij een methode, maar bij wat je wilt begrijpen. Jouw vraag bepaalt welke kant van het speelveld je verder onderzoekt. Soms is één invalshoek voldoende. Vaak heb je er meerdere nodig om te begrijpen wat er gebeurt.
Wil je eerst meer weten over wat we onder een speelveld verstaan? Lees dan het artikel Wat verstaan we onder een speelveld?.
Zes invalshoeken om naar het speelveld te kijken
De zes invalshoeken hieronder helpen om verschillende kanten van het speelveld zichtbaar te maken. Ze hangen met elkaar samen en overlappen soms. Een formele rol kan bijvoorbeeld invloed geven, een gedeelde geschiedenis kan een relatie kleuren en wetgeving kan bepalen welke ruimte een speler heeft.
Het doel is daarom niet om ieder stukje informatie precies in één vak te stoppen. De invalshoeken helpen vooral om gericht te kijken en belangrijke kanten van het speelveld niet over het hoofd te zien.
Breng in beeld welke mensen, groepen en organisaties bij de opgave betrokken zijn, eraan werken, er kennis over hebben, er besluiten over nemen of de gevolgen ervan ervaren.
Kijk daarbij verder dan de spelers die al aan tafel zitten. Vraag bijvoorbeeld:
- Wie werkt actief aan de opgave?
- Wie neemt besluiten of beschikt over belangrijke kennis?
- Wie ervaart de gevolgen?
- Wie ontbreekt nog?
Een indeling in sectoren kan helpen om breder te zoeken. Denk bijvoorbeeld aan inwoners en initiatiefnemers, overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven, financiers en kennisorganisaties. Zie zo’n indeling als zoekhulp en niet als een vaste of volledige lijst.
Weten welke spelers betrokken zijn, zegt nog niet welke bijdrage zij leveren aan een opgave. De één neemt initiatief, een ander besluit of voert uit en weer een ander verbindt spelers met elkaar.
Onderzoek bijvoorbeeld:
- Wie neemt initiatief?
- Wie besluit en wie voert uit?
- Wie financiert of stelt voorwaarden?
- Wie brengt kennis in of verbindt spelers?
- Wie vertegenwoordigt anderen?
Kijk niet alleen naar formele taken. De rol die op papier is afgesproken, kan verschillen van de rol die iemand in de praktijk vervult. Ook kan één speler meerdere rollen hebben en kunnen rollen tijdens de opgave veranderen.
Wil je verder lezen over wat rollen zijn en waarop je moet letten als je rollen onderzoekt? Lees dan het artikel Hoe kijk je naar rollen in een speelveld?.
Spelers kunnen verschillend naar dezelfde opgave kijken. Wat voor de één een probleem is, kan voor een ander juist een kans zijn. Ook kunnen andere belangen, waarden, ervaringen en ambities meespelen.
Onderzoek bijvoorbeeld:
- Wat wil een speler bereiken of behouden?
- Waar maakt deze speler zich zorgen over?
- Welke waarden en ervaringen spelen mee?
- Hoe kijkt deze speler naar de opgave?
- Wat ziet deze speler als een goede uitkomst?
Belang en invloed zijn verschillende dingen. Iemand kan een groot belang hebben bij een opgave en toch weinig invloed hebben op wat er gebeurt. Houd deze daarom goed uit elkaar.
Vul ook niet te snel voor een ander in wat diens belang of perspectief is. Maak zichtbaar wat je daadwerkelijk weet en wat nog een aanname is. Vraag spelers waar mogelijk zelf wat voor hen belangrijk is.
Wil je verder kijken dan standpunten en beter begrijpen wat er voor spelers op het spel staat? Lees dan het artikel Wat staat er voor spelers op het spel?.
Een speelveld bestaat niet uit losse spelers. Spelers zoeken elkaar op, wisselen kennis, informatie en middelen uit, reageren op elkaar of zijn van elkaar afhankelijk. Andere spelers hebben juist weinig contact of bereiken elkaar alleen via iemand anders.
Onderzoek bijvoorbeeld:- Welke spelers hebben elkaar nodig?
- Hoe lopen informatie, kennis, geld en andere middelen?
- Welke spelers verbinden groepen die elkaar anders moeilijk bereiken?
- Waar is veel afhankelijk van één speler of verbinding?
- Welke (belangrijke) verbinding ontbreekt?
- Waar zit spanning tussen spelers?
Kijk daarbij naar formele én informele relaties. Ook de geschiedenis tussen spelers doet ertoe. Eerdere samenwerking, conflicten of teleurstellingen kunnen invloed hebben op hoe spelers nu met elkaar omgaan. Een verbinding die ontbreekt kan net zo belangrijk zijn als een verbinding die er wel is.
Wil je beter begrijpen wat er binnen relaties en patronen tussen spelers gebeurt? Lees dan het artikel Kijk naar wat er tussen spelers gebeurt.Niet iedere speler kan op dezelfde manier invloed uitoefenen. De één kan formeel besluiten nemen of geld beschikbaar stellen. Een ander beschikt over belangrijke kennis, heeft toegang tot besluitvormers of geniet het vertrouwen van een groep.
Onderzoek bijvoorbeeld:
- Waarop kan deze speler invloed uitoefenen?
- Welke formele bevoegdheden heeft deze speler?
- Over welke middelen, kennis of informatie beschikt deze speler?
- Tot welke spelers, groepen of besluitvorming heeft deze speler toegang?
- Welke invloed kan deze speler uitoefenen en welke invloed zien we daadwerkelijk terug?
Invloed is dus breder dan formele macht. Zij kan voortkomen uit bevoegdheden, middelen, uitvoeringskracht, kennis, informatie, netwerken, toegang, steun, vertrouwen en bereik.
Houd invloed en belang uit elkaar. Een speler kan grote gevolgen van de opgave ervaren en toch weinig invloed hebben. Andersom kan een speler veel invloed hebben terwijl er voor die speler zelf minder op het spel staat.
Wil je meer weten over de verschillende bronnen van invloed en hoe invloed in een speelveld werkt? Lees dan het artikel Hoe werkt invloed in een speelveld?.
Een speelveld staat niet los van de wereld eromheen. Politieke keuzes, wetgeving, maatschappelijke ontwikkelingen en gebeurtenissen uit het verleden kunnen bepalen wat spelers kunnen, mogen en willen.
Onderzoek bijvoorbeeld:
- Welke politieke, maatschappelijke of economische ontwikkelingen spelen?
- Welke wetten, regels en bestuurlijke afspraken geven richting?
- Welke technologische, demografische of ecologische ontwikkelingen zijn relevant?
- Welke gebeurtenissen uit het verleden werken nog door?
- Welke veranderingen kunnen nieuwe kansen of risico’s opleveren?
- Welke ontwikkelingen zien we aankomen, maar zijn nog onzeker?
Ook spelregels horen hierbij. Sommige zijn formeel, zoals wetten, bevoegdheden of bestuurlijke afspraken. Andere zijn informeel: gewoonten of ongeschreven regels over hoe spelers met elkaar omgaan. Zulke informele spelregels kunnen ook zichtbaar worden wanneer je naar rollen en verbindingen kijkt.
Context, spelregels en ontwikkelingen kunnen het speelveld zelf veranderen. Nieuwe spelers komen erbij, rollen verschuiven of bestaande relaties krijgen een andere betekenis.
Kies wat je wilt onderzoeken
De zes invalshoeken zijn geen checklist die je altijd helemaal moet doorlopen. Begin bij de vraag die op dit moment speelt en kies een hulpmiddel dat daarbij past.
|
Herken je deze vragen? |
Kijk naar |
Gebruik |
|
Wie hebben we nodig om verder te komen? Wie missen we nog? Wie wordt geraakt, maar spreken we nog niet? |
Spelers | |
|
Iedereen is betrokken, maar wie is nu eigenlijk waarvan? Wie mag hierover besluiten? Waar zijn rollen onduidelijk of overlappen mogelijk? |
Rollen | |
|
Waarom kijken spelers zo anders naar wat nodig is? Wat staat er voor verschillende spelers op het spel? Welke zorgen, waarden en ambities spelen mee? |
Belangen en perspectieven | |
|
Waarom weten spelers elkaar niet goed te vinden? Wat gebeurt er in belangrijke relaties? Via wie lopen veel informatie en besluiten? Waar ontbreken verbindingen of is veel afhankelijk van één speler? |
Verbindingen, relaties en patronen | |
|
Wie kan onze volgende stap beïnvloeden en wie is nodig in de besluitvorming? Waarop hebben spelers invloed en waar komt die invloed vandaan? Welke invloed zien we daadwerkelijk terug? |
Invloed en middelen |
Invloedanalyse om hier meer zicht op te krijgen. |
|
Welke ontwikkelingen kunnen onze aanpak (mogelijk) beïnvloeden? Welke wetten, regels of politieke keuzes geven ruimte of beperken die? Wat uit het verleden werkt nog door? |
Context, spelregels en ontwikkelingen |
Soms ontdek je tijdens het onderzoeken dat de vraag ergens anders zit dan je dacht. Een probleem dat eerst over rollen lijkt te gaan, kan bijvoorbeeld te maken hebben met botsende belangen of een gebrek aan invloed. Combineer dan verschillende invalshoeken.
Maak ook zichtbaar wat je nog niet weet
Een speelveldkaart kan al snel stelliger lijken dan de kennis waarop deze is gebaseerd. Een pijl tussen twee spelers of een uitspraak over iemands belang lijkt duidelijk, terwijl het soms vooral een inschatting van de mensen aan tafel is.
Maak daarom onderscheid tussen wat je weet, wat je hebt gehoord en wat je nog vermoedt. Laat ook vragen en ontbrekende informatie zien. Bijvoorbeeld:
- We hebben deze speler nog niet zelf gesproken.
- We weten nog niet wat voor deze groep belangrijk is.
- We denken dat deze relatie moeizaam is, maar hebben dat nog niet getoetst.
- We weten niet precies wie hier uiteindelijk invloed op heeft.
Ook een vraagteken op een speelveldkaart is waardevolle informatie. Het laat zien waar je verder moet kijken, luisteren of vragen.
Wat je zichtbaar maakt, hangt af van de invalshoek waarmee je kijkt, de spelers die je spreekt en de informatie die je op dat moment hebt. Zie een speelveldkaart daarom niet als dé werkelijkheid, maar als een hulpmiddel om het speelveld beter te begrijpen.