Een speelveld staat niet los van de wereld eromheen. Nieuwe wetgeving kan veranderen wat spelers mogen doen. Een tekort aan personeel kan uitvoering moeilijker maken. Nieuwe technologie kan andere mogelijkheden bieden en maatschappelijke ontwikkelingen kunnen ervoor zorgen dat andere spelers of belangen belangrijk worden.

Beeld: Rijksoverheid beeldbank
Een speelveld staat niet los van de wereld eromheen. Nieuwe wetgeving kan veranderen wat spelers mogen doen. Een tekort aan personeel kan uitvoering moeilijker maken. Nieuwe technologie kan andere mogelijkheden bieden en maatschappelijke ontwikkelingen kunnen ervoor zorgen dat andere spelers of belangen belangrijk worden.
Met de omgevingsanalyse kijk je daarom naar wat rondom de opgave gebeurt en hoe dat het speelveld beïnvloedt. Daarbij kijk je naar:
- ontwikkelingen die nu spelen of eraan komen;
- formele en informele regels en afspraken die bepalen wat mogelijk is;
- gebeurtenissen en keuzes uit het verleden die nog steeds doorwerken.
Met ‘omgeving’ bedoelen we dus niet alleen wat buiten jouw organisatie gebeurt. Het gaat om ontwikkelingen en omstandigheden die van invloed zijn op de opgave en het speelveld.
Je kunt de analyse op verschillende manieren gebruiken. Maak voor jezelf een eerste beeld van relevante ontwikkelingen en omstandigheden of maak de analyse samen met spelers uit verschillende delen van het speelveld. Zij kunnen andere signalen opvangen, verder vooruit- of terugkijken of de gevolgen van een ontwikkeling anders inschatten.
Laat deelnemers bij een gezamenlijke analyse eerst afzonderlijk nadenken. Vergelijk daarna wat zij zien. Het doel is niet om één voorspelling van de toekomst te maken, maar om verschillende ontwikkelingen, onzekerheden en mogelijke gevolgen zichtbaar te maken.
Voor wie?
Als je een eerste beeld willen vormen van ontwikkelingen rond hun opgave én voor spelers die samen willen vergelijken welke (mogelijke) ontwikkelingen en omstandigheden zij zien.
Wanneer werkt dit goed?
• Wanneer er veel verandert rondom de opgave.
• Als een nieuwe fase in de opgave begint en je wilt kijken of jouw beeld nog klopt.
• Wanneer je wilt onderzoeken wat ontwikkelingen mogelijk of juist moeilijker maken.
• Als je vermoedt dat regels, gebeurtenissen of ontwikkelingen buiten jouw directe blik invloed hebben op het speelveld.Wat levert het op?
- Een breder beeld van wat de opgave en het speelveld beïnvloedt.
- Zicht op relevante ontwikkelingen, spelregels en gebeurtenissen.
- Inzicht in wat hierdoor kan veranderen voor spelers, rollen, belangen, relaties en invloed.
- Zicht op onzekerheden en ontwikkelingen die je wilt blijven volgen.
- Vragen die je verder wilt onderzoeken.
Groepsgrootte
1 tot 8 deelnemers.
Je kunt de analyse alleen maken. Met verschillende mensen zie je meestal meer. Probeer daarom mensen te betrekken die vanuit verschillende posities kennis hebben van de opgave en haar omgeving.
Tijd
Ongeveer 60 minuten voor een eerste analyse. Trek 75 tot 90 minuten uit wanneer verschillende spelers eerst afzonderlijk ontwikkelingen verzamelen en deze daarna vergelijken. Plan meer tijd wanneer je een langere periode of een groot deel van het speelveld onderzoekt.
Benodigdheden
• Het werkblad ‘Omgevingsanalyse’.
• Een groot vel papier of brownpaper.
• Post-its en stiften.
• Eventueel een bestaande speelveldkaart.Voorbereiding
Zorg dat helder is over welke opgave of welk deel daarvan je het gesprek voert. Verzamel waar nodig informatie die kan helpen, zoals beleidsstukken, trendanalyses, onderzoeken, cijfers of signalen uit de praktijk.
Begeleiding
Je kunt dit hulpmiddel zonder aparte begeleider gebruiken. Werk je met een groep, wijs dan iemand aan die bewaakt dat jullie breed blijven kijken en niet alleen ontwikkelingen noemen die al bekend zijn of passen bij jullie bestaande beeld.
Maak je de analyse met verschillende spelers? Laat deelnemers dan eerst afzonderlijk of in kleine groepen ontwikkelingen verzamelen. Zo voorkom je dat de eerste voorbeelden het verdere gesprek bepalen. Zorg dat verschillen mogen blijven bestaan: wat voor de ene speler een belangrijke ontwikkeling is, kan voor een andere speler nauwelijks merkbaar zijn.Stappen
Stap 1 | Bepaal wat je wilt begrijpen (5 minuten)
Begin bij de opgave en kies een vraag die je met de omgevingsanalyse wilt onderzoeken. Bijvoorbeeld:- Welke ontwikkelingen kunnen ons speelveld de komende jaren veranderen?
- Wat merken we nu al van ontwikkelingen en omstandigheden?
- Wat gebeurt er rondom onze opgave waar we nu nog onvoldoende rekening mee houden?
- Welke omstandigheden kunnen onze volgende stap mogelijk of juist moeilijker maken?
Bepaal ook hoe ver je terug- en vooruit wilt kijken. Zo voorkom je dat het gesprek te breed wordt.
Bepaal daarna hoe je de analyse uitvoert:
- Eigen analyse: brengen in beeld wat je weet, welke signalen je opvangt en welke aannames je nog wilt onderzoeken.
- Analyse met verschillende spelers: deelnemers verzamelen eerst afzonderlijk of in kleine groepen ontwikkelingen vanuit hun eigen positie. Daarna vergelijken jullie de uitkomsten.
De gekozen vorm bepaalt hoe je de volgende stappen uitvoert.
Stap 2 | Loop de zes zoekrichtingen langs (20 minuten)
Gebruik het werkblad als zoekkaart voor het gesprek. Loop samen de zes zoekrichtingen langs:• Politiek, bestuur en beleid.
• Regels en afspraken.
• Samenleving en demografie.
• Economie, arbeidsmarkt en middelen.
• Technologie, kennis en innovatie.
• Leefomgeving, natuur en klimaat.Kijk waar relevant ook op verschillende niveaus: lokaal, regionaal, landelijk, Europees of internationaal. Gebruik de hulpvragen op het werkblad om te onderzoeken. Noteer relevante ontwikkelingen, regels en omstandigheden op post-its of een groot vel.
Je hoeft niet iedere hulpvraag te beantwoorden en ook niet bij iedere zoekrichting iets te vinden. De zoekrichtingen zijn geen checklist, maar helpen om breed naar de omgeving te kijken en relevante zaken niet over het hoofd te zien.
Een ontwikkeling kan bovendien bij meerdere zoekrichtingen passen. Het gaat niet om de juiste zoekrichting, maar om de betekenis voor de opgave. Schrijf waar mogelijk bij iedere ontwikkeling waarop je haar baseert. Denk aan onderzoek, cijfers, beleid, ervaringen uit de praktijk of signalen van spelers. Zet een vraagteken bij iets wat je verwacht of vermoedt, maar nog niet kunt onderbouwen.Werk je met verschillende spelers? Laat deelnemers eerst hun eigen post-its maken en toelichten. Voeg vergelijkbare ontwikkelingen pas daarna samen. Een verschil in wat spelers wel of niet noemen, kan op zichzelf al betekenisvol zijn.
Stap 3 | Kijk terug en vooruit (10 minuten)
Kijk vervolgens met twee vragen dwars door de zes zoekrichtingen heen.Vraag eerst: Wat uit het verleden werkt nog door?
Denk aan eerdere besluiten, beleid, crises, conflicten, hervormingen of andere gebeurtenissen. Onderzoek vooral hoe deze gebeurtenissen of keuzes nu nog doorwerken in het speelveld.Vraag daarna: Wat zien we aankomen, maar weten we nog niet zeker?
Denk bijvoorbeeld aan verkiezingen, nieuwe wetgeving die nog in voorbereiding is, technologische ontwikkelingen of maatschappelijke veranderingen waarvan de gevolgen nog niet duidelijk zijn.
Maak onderscheid tussen wat je weet en wat je verwacht of vermoedt.
Stap 4 | Kies wat er echt toe doet (10 minuten)
Bekijk wat jullie hebben opgehaald. Niet alles wat rondom de opgave gebeurt, is even relevant. Vraag bijvoorbeeld:- Welke ontwikkelingen hebben waarschijnlijk veel invloed op het speelveld?
- Welke ontwikkelingen merken we nu al en welke komen mogelijk later?
- Welke ontwikkelingen zijn onzeker, maar kunnen grote gevolgen hebben?
- Welke ontwikkelingen versterken elkaar of werken elkaar tegen?
Bepaal welke ontwikkelingen nu aandacht vragen, welke je verder wilt onderzoeken en welke je vooral wilt blijven volgen.
Stap 5 | Onderzoek wat dit betekent voor het speelveld (10 minuten)
Kijk bij de belangrijkste ontwikkelingen naar de vragen bovenaan het werkblad:- Komen andere spelers in beeld?
- Veranderen rollen, belangen, relaties of invloed?
- Wat wordt hierdoor mogelijk of juist moeilijker?
Maak de gevolgen voor het speelveld zo concreet mogelijk. Een nieuwe wet kan bijvoorbeeld een speler een andere rol of bevoegdheid geven. Een personeelstekort kan de afhankelijkheid van bepaalde organisaties vergroten. Een nieuwe technologie kan ervoor zorgen dat andere kennis en andere spelers nodig zijn.
Stap 6 | Bepaal wat je nog wilt onderzoeken en volgen (5 minuten)
Een omgevingsanalyse bevat feiten, verwachtingen en aannames. Maak daarom zichtbaar:- wat jullie weten;
- wat jullie nog willen uitzoeken;
- wat onzeker is;
- wat jullie willen blijven volgen.
Bepaal waar je aanvullende informatie nodig hebt en met welke spelers je daarover wilt spreken. Zie de uitkomst als een voorlopig beeld, niet als een voorspelling of volledige weergave van de werkelijkheid. Andere spelers kunnen andere ontwikkelingen zien, andere signalen opvangen of de gevolgen anders inschatten.
De omgeving blijft veranderen. Pak de omgevingsanalyse daarom opnieuw wanneer er belangrijke ontwikkelingen zijn of wanneer de opgave een volgende fase ingaat.
Waar moet je op letten?
De zoekrichtingen zijn geen checklist
Het doel is niet om bij iedere vraag iets te vinden. Sommige zoekrichtingen zijn voor jouw opgave veel belangrijker dan andere.
Maak ontwikkelingen concreet
Begrippen als ‘digitalisering’, ‘vergrijzing’ of ‘politieke onzekerheid’ zijn nog breed. Vraag wat er concreet verandert en waarom dat relevant is voor jouw opgave.
Verwar een ontwikkeling niet met een speler
Een nieuwe wet is geen speler, maar kan wel veranderen wat spelers mogen doen. Een ministerie is wel een speler. Onderzoek daarom steeds hoe een ontwikkeling doorwerkt op het speelveld.Kijk vanuit verschillende posities
Wat voor jouw organisatie een belangrijke ontwikkeling is, hoeft voor andere spelers niet hetzelfde te zijn. Vraag waar mogelijk ook welke ontwikkelingen zij zien en belangrijk vinden.Werkblad Omgevingsanalyse
Gebruik het werkblad als zoekkaart voor het gesprek. De zes zoekrichtingen en hulpvragen helpen om breed te kijken. De vragen over wat uit het verleden doorwerkt en wat eraan komt, gebruik je bij alle zes de zoekrichtingen.Noteer de bevindingen op post-its of een groot vel. Gebruik daarna de vragen bij ‘Wat betekent dit voor ons speelveld?’ om te onderzoeken welke ontwikkelingen ertoe doen en wat hierdoor verandert.