Rond een maatschappelijke opgave zijn vaak meer spelers betrokken dan je in eerste instantie denkt. Naast organisaties die al samenwerken, zijn er mensen die besluiten nemen, kennis of ervaring hebben, iets uitvoeren of de gevolgen van de opgave ervaren.

Met een spelersanalyse breng je deze mensen, groepen en organisaties in beeld. Het doel is niet om meteen te bepalen wie het belangrijkst is of wie je overal bij moet betrekken. Eerst probeer je zo breed mogelijk te zien wie bij het speelveld horen.
Spelersanalyses bouwen voort op actor- en stakeholderanalyses. Daarin worden vaak ook belangen, invloed, relaties en afhankelijkheden onderzocht. In dit hulpmiddel richten we ons bewust op de eerste stap: spelers vinden en in beeld brengen. Andere kanten van het speelveld kun je daarna met afzonderlijke hulpmiddelen verder onderzoeken.
Voor wie?
Voor iedereen die een eerste of vernieuwd beeld wil krijgen van de spelers rondom een maatschappelijke opgave. Je kunt de analyse alleen maken, maar als je dit samen met mensen die vanuit verschillende perspectieven naar de opgave kijken doet, komen vaak meer spelers in beeld.
Wanneer werkt dit goed?
- Aan het begin van een speelveldverkenning.
- Als je merkt dat vooral de bekende spelers in beeld zijn.
- Wanneer je wilt onderzoeken welke mensen, groepen of organisaties mogelijk nog buiten beeld zijn.
- Als startpunt voor een verdere analyse van rollen, belangen, verbindingen of invloed.
Met een spelersanalyse breng je deze mensen, groepen en organisaties in beeld. Het doel is niet om meteen te bepalen wie het belangrijkst is of wie je overal bij moet betrekken. Eerst probeer je zo breed mogelijk te zien wie bij het speelveld horen.
Wat levert het op?
Een voorlopige spelerskaart van mensen, groepen en organisaties rond de opgave. Ook wordt zichtbaar waar het beeld nog beperkt of onzeker is en wat je verder wilt onderzoeken.
Groepsgrootte
1 tot 12 deelnemers.
Tijd
45 tot 60 minuten. Trek meer tijd uit bij een grote of complexe opgave.
Benodigdheden
- Een groot vel papier, brownpaper of digitaal bord.
- Post-its of losse kaartjes.
- Stiften.
- Eventueel de Spelerzoekmachine [LINK: Speelveld > Speelveld zichtbaar maken > Direct aan de slag > Spelerzoekmachine] om breder naar spelers te zoeken.
Voorbereiding
Zorg dat duidelijk is welke opgave of welk deel van de opgave je wilt verkennen. Je hoeft de grens van het speelveld nog niet precies te kennen. Juist tijdens de analyse kunnen spelers in beeld komen die aanleiding geven om breder te kijken.
Spreek af hoe je de spelerskaart vastlegt en deelt met anderen buiten deze groep. Gebruik niet meer persoonsgegevens dan nodig, zeker wanneer individuele inwoners of andere personen bij naam worden genoemd.
Begeleiding
Er is niet per se een externe begeleider nodig. Doe je de spelersanalyse met een groep, spreek dan af wie het gesprek begeleidt. Let op dat jullie niet te snel gaan bespreken wie belangrijk is, hoeveel invloed iemand heeft of wie betrokken moet worden. Breng het gesprek dan terug naar de vraag: wie hoort er nog meer bij dit speelveld?
Stappen
Stap 1 | Zet de opgave centraal (5 minuten)
Schrijf de opgave of de vraag die je wilt onderzoeken in het midden op een vel papier, brownpaper of digitaal bord.Sta kort stil bij de vraag waarmee je naar het speelveld kijkt. De vraag beïnvloedt welke spelers je ziet. ‘Welke spelers zijn betrokken bij de uitvoering van deze opgave?’ kan bijvoorbeeld andere spelers opleveren dan ‘Wie zijn betrokken bij of worden geraakt door (dit deel van) de opgave?’ Beschouw de kaart daarom niet als een volledige of definitieve weergave van het speelveld.
Stap 2 | Zoek eerst breed naar spelers (10 minuten)
Laat deelnemers eerst enkele minuten individueel spelers opschrijven. Gebruik voor iedere speler één post-it of kaartje. Door eerst individueel te werken, voorkom je dat de eerste namen die worden genoemd meteen het denken van de hele groep bepalen.Gebruik bijvoorbeeld deze zoekvragen:
- Wie werkt al aan deze opgave?
- Wie neemt besluiten of voert iets uit dat de opgave raakt?
- Wie beschikt over belangrijke kennis of ervaring?
- Wie financiert, ondersteunt of stelt voorwaarden?
- Wie ervaart de positieve of negatieve gevolgen?
- Welke informele groepen, gemeenschappen of sleutelfiguren zijn relevant?
Gebruik rollen en invloed hier alleen om spelers te vinden. Ga nog niet beoordelen hoeveel invloed iemand heeft of welk belang iemand heeft. Dat komt later.
Stap 3 | Breng jullie spelers bij elkaar (10 minuten)
Leg alle kaartjes bij elkaar en bespreek welke spelers zijn genoemd. Voeg dubbele kaartjes samen en bekijk samen welke kaartjes over dezelfde speler gaan.
Leg de spelers rond de opgave zonder betekenis te geven aan afstand, kleur of grootte. Deel de spelers ook niet in op belang, invloed of belangrijkheid. Het doel is eerst om gezamenlijk een zo breed mogelijk beeld te krijgen.Verdieping: kijk ook naar de verschillen tussen de geïnventariseerde spelers uit stap 2. Welke spelers zag de één wel en de ander niet? Wat zegt dat over de positie van waaruit jullie naar het speelveld kijken?
Stap 4 | Zoek buiten jullie bekende netwerk (10 minuten)
Het eerste overzicht bestaat vaak vooral uit spelers die jullie al kennen. Kijk daarom bewust verder.Vraag bijvoorbeeld:
- Wie ervaren de gevolgen, maar zijn nog niet betrokken?
- Welke groepen komen via ons eigen netwerk niet vanzelf in beeld?
- Welke groepen, netwerken, gemeenschappen of sleutelfiguren missen we?
- Wie heeft praktijk- of ervaringskennis en staat nog niet op de kaart?
- Bij welke andere spelers kunnen we onze speelveldkaart toetsen?
- Over welke delen van het speelveld weten we eigenlijk nog weinig?
Loop je vast of blijf je vooral bij dezelfde soorten spelers uitkomen? Gebruik dan de Spelerzoekmachine om vanuit andere zoekrichtingen verder te zoeken. [LINK: Speelveld – Speelveld zichtbaar maken – Direct aan de slag – Spelerzoekmachine]
Stap 5 | Maak duidelijk wie je bedoelt (10 minuten)
Controleer de spelerskaart op brede begrippen als ‘de gemeente’, ‘inwoners’, ‘het onderwijs’ of ‘de zorg’. Soms is zo’n verzamelnaam voldoende. Soms verbergt deze juist belangrijke verschillen.Vraag dan:
- Welk onderdeel van deze organisatie bedoelen we?
- Over welke mensen of groepen hebben we het precies?
- Zitten binnen deze speler verschillende stemmen of posities die we apart moeten opnemen?
Een wethouder, beleidsmedewerker en uitvoerder kunnen bijvoorbeeld allemaal bij dezelfde gemeente werken, maar vanuit een andere plek bij de opgave betrokken zijn. Ook één inwoner of vertegenwoordiger staat niet automatisch voor een hele wijk of doelgroep.
Stap 6 | Benoem wat je nog niet weet (10 minuten)
Bekijk de spelerskaart tot slot niet alleen op wat erop staat, maar ook op onzekerheden.
Zet een vraagteken bij spelers op de kaart over wie nog iets onduidelijk is.Bijvoorbeeld wanneer je nog niet weet welk onderdeel van een organisatie relevant is, wanneer een speler alleen via anderen in beeld is gekomen of wanneer je nog moet toetsen of iemand inderdaad bij dit deel van de opgave betrokken is.
Je hoeft onzekerheden niet tijdens de analyse allemaal op te lossen. Juist zichtbaar maken wat je nog niet weet, helpt om te bepalen wat je verder moet uitzoeken.
Bepaal welke vragen je als eerste verder wilt onderzoeken. Spreek af wie aanvullende informatie verzamelt, welke spelers je wilt spreken en bij wie je de spelerskaart wilt toetsen.
Waar moet je op letten?
Maak geen ranglijst
De spelersanalyse is in deze vorm bedoeld om spelers te vinden, niet om ze meteen te beoordelen. Geef de plek, grootte of kleur van een kaartje daarom niet een inhoudelijke betekenis. Zet een speler bijvoorbeeld niet dichter bij de opgave omdat deze belangrijker lijkt of maak een kaartje niet groter vanwege diens invloed. Zulke keuzes kunnen verschillen suggereren die je nog niet hebt onderzocht.Wil je later rollen, belangen of invloed zichtbaar maken? Doe dat bewust in een volgende analyse en spreek dan af wat kleuren, afstanden of andere kenmerken betekenen.
Onderzoek van Reed en anderen (2025) naar stakeholderanalyse laat zien dat methoden die vooral kijken naar belang en invloed, bekende en invloedrijke spelers kunnen bevoordelen. Mensen die weinig invloed hebben, maar wel gevolgen ervaren, kunnen daardoor gemakkelijker buiten beeld raken.
Lees hier verderJullie kaart is geen neutrale werkelijkheid
Wie de spelersanalyse maakt, bepaalt mede wie in beeld komt. Een groep beleidsmakers zal mogelijk andere spelers noemen dan inwoners of uitvoerders. Maak de spelersanalyse daarom waar mogelijk met mensen die vanuit verschillende perspectieven naar de opgave kijken. Toets de kaart later ook bij andere spelers en vraag steeds: wie missen we nog?
Niet ieder belang is een speler
Niet ieder belang heeft een speler die dit belang vertegenwoordigt. Denk aan toekomstige generaties, natuur of ecosystemen. Probeer zulke belangen niet geforceerd als speler op de kaart te zetten. Leg wel vast dat het belang aandacht nodig heeft en onderzoek hoe je het kunt vertegenwoordigen.
Lees hierover meer in het artikel ‘Welke stem ontbreekt in het speelveld?’.
Een volle kaart is niet automatisch een goede kaart
Meer spelers vinden is geen doel op zichzelf. Een lange lijst kan juist onoverzichtelijk worden. Het gaat erom dat je breed genoeg hebt gekeken om relevante spelers niet buiten beeld te laten. De vraag wie je vervolgens wanneer moet betrekken, komt pas daarna.De Spelersanalyse geeft antwoord op de vraag wie bij het speelveld hoort. Daarna kun je andere kanten van het speelveld verder onderzoeken:
- Onderzoek met de Rollenanalyse wie welke rol vervult.
- Verken met Belangen- en perspectievenanalyse wat voor spelers belangrijk is en hoe zij naar de opgave kijken.
- Gebruik de Netwerkanalyse om te onderzoeken wat er tussen spelers gebeurt en welke patronen daardoor ontstaan.
- Gebruik de Invloedanalyse om te onderzoeken waarop spelers invloed hebben, waar die invloed vandaan komt en hoe je haar in de praktijk terugziet.
- Gebruik de Omgevingsanalyse om ontwikkelingen en spelregels rondom het speelveld te verkennen.