Een speler op de speelveldkaart zetten betekent niet automatisch dat diens stem wordt gehoord. Aanwezig zijn, kunnen spreken, gehoord worden en invloed hebben zijn verschillende dingen.

Met een stem bedoelen we meer dan wat iemand letterlijk zegt. Het gaat ook om de kennis, ervaringen, belangen, waarden en zorgen die meespelen Als bepaalde stemmen ontbreken, blijft een deel van het speelveld buiten beeld. Daardoor kan jouw beeld van het speelveld onvolledig blijven. Ook kan een aanpak minder goed aansluiten en kunnen belangrijke gevolgen buiten beeld blijven.
Wanneer krijgt een stem ruimte?
Het Kennisknooppunt Participatie onderscheidt drie begrippen die helpen om te onderzoeken welke stemmen ruimte krijgen:
|
Inclusiviteit |
Krijgen alle belangrijke stemmen en belangen ruimte? |
|
Representativiteit |
Vormen de deelnemers samen een passende afspiegeling van de betrokken mensen, belangen en perspectieven? |
|
Toegankelijkheid |
Kan iedereen daadwerkelijk meedoen? Denk bijvoorbeeld aan taal, lezen en schrijven, een beperking, beschikbare tijd of kosten. |
Een diverse groep deelnemers is niet automatisch inclusief. Mensen kunnen aanwezig zijn zonder gelijkwaardig mee te kunnen praten. Andersom hoeft niet iedereen persoonlijk deel te nemen om relevante belangen en perspectieven mee te kunnen wegen.
Lees hier meer over inclusiviteit, representativiteit en toegankelijkheid.
Waar kan een stem verloren gaan?
Een stem kan op verschillende momenten verloren gaan: bij het verkennen van het speelveld, bij de uitnodiging, tijdens het gesprek of bij de uiteindelijke afweging. Ook binnen één speler/groep kunnen verschillende stemmen bestaan. Daarnaast zijn er belangen die niet zelf kunnen spreken. De zeven situaties hieronder helpen je ontdekken waar stemmen in jouw speelveld buiten beeld raken.
Sommige mensen worden geraakt door een opgave, hebben invloed of beschikken over relevante kennis, maar staan niet op de speelveldkaart. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer een verkenning vooral begint bij bestaande samenwerkingspartners en formele organisaties.
Vraag daarom niet alleen wie al betrokken is, maar ook:
- Wie ervaart de gevolgen van deze opgave?
- Wie weet vanuit de praktijk wat er speelt?
- Wie heeft invloed zonder een formele positie te hebben?
- Welke spelers komen via onze bestaande netwerken niet vanzelf in beeld?
Een speler kan bekend zijn, maar toch niet deelnemen. Soms is dat een bewuste keuze. Er kunnen ook praktische of sociale drempels zijn, zoals het tijdstip, de locatie, ingewikkelde taal, digitale vaardigheden, zorgtaken, kosten of een beperking. Eerdere teleurstellingen of wantrouwen kunnen ook een rol spelen.
Een algemene uitnodiging is dan niet altijd voldoende. Je kunt mensen gericht benaderen, hen opzoeken op plekken waar zij al komen of samenwerken met personen en organisaties die hun vertrouwen hebben. Vraag daarbij ook op welke manier mensen zelf willen bijdragen.
Blijf kritisch op jouw manier van werven. Als je steeds dezelfde sleutelfiguren en netwerken gebruikt, kun je opnieuw bij dezelfde mensen uitkomen.
Aan tafel zitten betekent niet dat iemand zich vrij voelt om alles te zeggen. Hiërarchie, groepsdruk, moeilijk taalgebruik of eerdere ervaringen kunnen ervoor zorgen dat iemand zwijgt of meegaat met de meerderheid. Soms vrezen mensen gevolgen voor hun werk, ondersteuning, verblijfspositie of relatie met instanties.
Let daarom niet alleen op mensen die veel of overtuigend spreken. Zoek actief naar andere stemmen. Bied waar nodig een vertrouwelijk of individueel gesprek, onafhankelijke begeleiding of een anonieme manier om bij te dragen.
Binnen Deep Democracy wordt bewust gezocht naar de wijsheid van de minderheid. Een afwijkende stem kan belangrijke informatie bevatten die de groep nog mist.
Wil je verschillende standpunten in een groep zichtbaar maken? Bekijk dan de werkvorm ‘Gesprek op voeten’.
Lees hier meer over Deep Democracy.
Een organisatie, wijk of groep spreekt zelden met één stem. Binnen een gemeente kunnen bestuurders, beleidsmakers en uitvoerders verschillend naar een opgave kijken. Ook één bewoner of belangenbehartiger spreekt niet automatisch namens een hele wijk of doelgroep.
Onderzoek daarom welke verschillen binnen een speler bestaan. Vraag vanuit welke rol iemand spreekt, waarop de inbreng is gebaseerd en welke andere geluiden er zijn. Soms moet je op verschillende niveaus en met meerdere mensen in gesprek gaan.
Een bijdrage kan worden uitgesproken en toch weinig gewicht krijgen. Ervaringen worden bijvoorbeeld weggezet als incident, emoties als weerstand en praktische kennis als minder relevant dan professionele of wetenschappelijke kennis.
Werkelijk luisteren vraagt dat je probeert te begrijpen wat iemand inbrengt en waarom dat relevant is. Dat betekent niet dat iedere mening moet worden overgenomen. Wel vraagt het om transparantie over welke kennis en belangen worden meegewogen en waarom.
Ook taal beïnvloedt hoeveel gewicht een bijdrage krijgt. Wie beleidstaal en vergadercodes beheerst, kan vaak gemakkelijker invloed uitoefenen dan iemand die diens ervaring en kennis minder gemakkelijk in zulke woorden kan vertalen.
Mensen kunnen deelnemen en hun verhaal vertellen, maar vervolgens niet zien wat ermee gebeurt. Dat kan het gevoel versterken dat het betrekken van spelers alleen wordt gebruikt om een al voorgenomen besluit te ondersteunen.
Gehoord worden betekent niet automatisch gelijk krijgen. Verschillende belangen kunnen botsen en uiteindelijk moet er soms een keuze worden gemaakt. Juist dan is een zorgvuldig proces belangrijk. Dit wordt fair process genoemd: wanneer mensen worden betrokken en begrijpen welke afweging er is gemaakt om een bepaald besluit te nemen, leggen ze zich eerder neer bij een besluit dat anders is dan zij zelf zouden willen.
Maak daarom vooraf duidelijk:
- waarover deelnemers kunnen meedenken;
- wat er (nog) te beïnvloeden is;
- wie uiteindelijk besluit;
- hoe bijdragen worden afgewogen;
- hoe je terugkoppelt welke afwegingen gemaakt zijn en wat besloten is.
Leg na afloop niet alleen uit wat is besloten, maar ook hoe de inbreng is meegewogen. Als de uitkomst al vaststaat, wees daar dan eerlijk over.
Niet ieder belang kan zelf een stem laten horen. Denk aan toekomstige generaties, natuur en ecosystemen. Ook jonge kinderen en mensen die niet rechtstreeks kunnen of willen deelnemen, hebben soms ondersteuning of vertegenwoordiging nodig.
Je kunt deze belangen bijvoorbeeld inbrengen via onderzoek, wetten en regels, belangenorganisaties of een onafhankelijke vertegenwoordiger. Ook kun je iemand vragen om tijdens het proces steeds te kijken naar de gevolgen voor toekomstige generaties of natuur.
Iemand die namens een ander spreekt, is niet die ander. Vertegenwoordiging blijft altijd onvolledig. Maak daarom duidelijk namens wie of welk belang iemand spreekt, waarop de inbreng is gebaseerd en hoe deze kan worden getoetst.
De Handleiding Toekomstdenken van het College van Rijksadviseurs beschrijft manieren om vanuit mogelijke toekomsten terug te kijken naar het heden en zo toekomstige generaties een plek te geven in het denken van nu. Lees hier de Handleiding Toekomstdenken.
Niet iedereen hoeft altijd aan tafel
Ruimte maken voor ontbrekende stemmen betekent niet dat iedereen altijd bij ieder gesprek aanwezig moet zijn. Dat is praktisch onmogelijk en kan deelnemers onnodig belasten. Meer spelers leiden bovendien niet automatisch tot meer verschillende perspectieven of betere besluiten.
De relevante vraag is: welke kennis, ervaringen, belangen en waarden zijn op dit moment nodig en hoe kunnen die zorgvuldig worden ingebracht?
Daarbij kunnen deze aandachtspunten helpen:
- Bepaal waarom je spelers betrekt en hoeveel invloed zij hebben.
- Onderzoek welke spelers, verschillen en belangen nog ontbreken.
- Vraag mensen hoe, waar en wanneer zij willen bijdragen.
- Maak ruimte voor afwijkende stemmen en voorkom dat één persoon een hele groep moet vertegenwoordigen.
- Leg uit hoe bijdragen worden afgewogen en koppel terug wat ermee is gebeurd.
Voorkom dat steeds dezelfde mensen worden gevraagd hun ervaring opnieuw te delen. Kijk wat al bekend is, wees zuinig op hun tijd en bied waar passend een vergoeding voor tijd, reis- of ondersteuningskosten.
Niet iedere ontbrekende stem vraagt dus om een extra stoel aan tafel. Soms past een interview, werkbezoek, observatie, gesprek met een bepaalde groep, vertegenwoordiger of aanvullend onderzoek beter. Kies bewust welke stemmen nodig zijn en hoe je deze ophaalt. Ga niet vanzelf uit van de mensen die het gemakkelijkst te vinden en te horen zijn.