Een speelveld bestaat niet uit losse spelers. Mensen en organisaties zoeken elkaar op, delen informatie, nemen besluiten, stellen middelen beschikbaar of hebben elkaar nodig om iets voor elkaar te krijgen. Andere spelers hebben juist weinig rechtstreeks contact of bereiken elkaar vooral via iemand anders.

Met een netwerkanalyse breng je niet alleen in beeld wie met wie verbonden is. Je onderzoekt ook hoe belangrijke relaties werken: wat er wordt uitgewisseld, wie initiatief neemt, waar iets gemakkelijk loopt of juist stokt en waarom een verbinding belangrijk is voor de opgave. Daarna kijk je naar het netwerk als geheel. Zo worden patronen zichtbaar die je niet ziet wanneer je alleen naar afzonderlijke spelers kijkt.
Je kunt de analyse op verschillende manieren gebruiken. Met jouw eigen team maak je een eerste kaart van de relaties en interacties die jullie zien. Je kunt ook spelers uit verschillende delen van het speelveld ieder vanuit hun eigen positie een kaart laten maken. Door deze kaarten te vergelijken, worden verschillen in waarneming zichtbaar.
Probeer niet te snel één gezamenlijke kaart te maken. Een verbinding die voor de ene speler intensief of belangrijk is, kan door een andere speler heel anders worden ervaren. Zie iedere kaart daarom als een momentopname vanuit een bepaalde positie.
Voor wie?
Voor teams die een eerste beeld willen maken van relaties en interacties in hun speelveld én voor spelers die willen vergelijken hoe zij het netwerk vanuit verschillende posities ervaren.
Wanneer werkt dit goed?
- Als je de spelers al redelijk in beeld hebt, maar nog onvoldoende begrijpt wat er tussen hen gebeurt.
- Wanneer informatie, besluiten, kennis of middelen niet vanzelf door het speelveld lijken te lopen.
- Als veel afhankelijk lijkt te zijn van enkele spelers of verbindingen.
- Als je vermoedt dat formele afspraken een ander beeld geven dan hoe relaties in de praktijk werken.
Heb je de relevante spelers nog onvoldoende in beeld? Gebruik dan eerst de Spelersanalyse.
Wat levert het op?
- Inzicht in hoe belangrijke relaties tussen spelers werken.
- Zicht op hoe informatie, kennis, middelen en besluiten door het speelveld lopen.
- Inzicht in interacties, zoals spelers die vooral onderling contact hebben, spelers die verschillende groepen verbinden en verbindingen die ontbreken.
- Zicht op aannames en relaties die je verder wilt onderzoeken.
Groepsgrootte
1 tot 8 deelnemers.
Je kunt de netwerkanalyse alleen maken, maar het wordt waardevoller wanneer verschillende mensen naar hetzelfde speelveld kijken. Zij kunnen andere verbindingen zien of dezelfde relatie anders ervaren.Tijd
45 tot 60 minuten. Trek 60 tot 90 minuten uit wanneer verschillende spelers eerst hun eigen netwerkkaart maken en deze daarna vergelijken.
Benodigdheden
- Een groot leeg vel papier of brownpaper om het netwerk te tekenen.
- Het werkblad ‘Netwerkanalyse’ met de legenda en vragen voor verdieping en duiding.
- Post-its of kaartjes voor de spelers.
- Stiften.
- Eventueel een eerder gemaakte Spelersanalyse.
Voorbereiding
Bepaal welk deel van het speelveld je wilt onderzoeken. Bij een groot speelveld is het niet nodig om meteen iedere speler en iedere mogelijke relatie op de kaart te zetten.
Begeleiding
Je kunt dit hulpmiddel zonder aparte begeleider gebruiken. Werk je met meerdere deelnemers, zorg dan dat verschillen in waarneming naast elkaar mogen bestaan. Probeer niet te snel overeenstemming te bereiken over hoe een relatie ‘echt’ is.
Maak je de analyse met verschillende spelers? Laat deelnemers dan bij voorkeur eerst afzonderlijk of in kleine groepen tekenen. Zo voorkom je dat de eerste of meest invloedrijke spreker bepaalt hoe het netwerk wordt weergegeven. Bespreek vooraf ook welke informatie gevoelig is en wat wel of niet buiten de bijeenkomst mag worden gedeeld.Stappen
Stap 1 | Bepaal wat je wilt begrijpen (5 minuten)
Kies eerst één vraag die je met de netwerkanalyse wilt onderzoeken. Bijvoorbeeld:- Hoe lopen informatie en besluiten door ons speelveld?
- Waar zijn we afhankelijk van enkele spelers of verbindingen?
- Hoe verloopt het contact tussen spelers die elkaar nodig hebben?
Gebruik de gekozen vraag om de analyse af te bakenen. Zo richt je je op de spelers en verbindingen die daarvoor relevant zijn.
Bepaal daarna hoe je de analyse uitvoert:
- Eigen analyse: je brengt in beeld welke relaties en patronen jij kent en welke aannames je nog wilt toetsen.
- Analyse met verschillende spelers: deelnemers maken eerst afzonderlijk of in kleine groepen een kaart vanuit hun eigen positie. Daarna vergelijken jullie de kaarten.
De gekozen vorm bepaalt hoe je de volgende stappen uitvoert.
Stap 2 | Plaats de spelers (10 minuten)
Schrijf iedere relevante speler op een losse post-it en verdeel deze over het grote vel. Kies bewust op welk niveau je kijkt. Breng je organisaties, groepen of individuele personen in beeld? Een verbinding tussen twee organisaties betekent niet automatisch dat mensen op verschillende niveaus binnen die organisaties ook contact hebben. Soms loopt vrijwel al het contact via één medewerker.Je hoeft niet alle niveaus tegelijk in één kaart te tekenen. Kies het niveau dat helpt om jouw vraag te beantwoorden.
Werk je met verschillende spelers? Laat iedere deelnemer of groep zelf bepalen welke spelers voor de gekozen vraag relevant zijn. Verschillen in wie wel en niet op de kaart verschijnt, kunnen al belangrijke informatie geven.
Stap 3 | Teken de bestaande verbindingen (10 minuten)
Teken tussen de post-its op het vel de relaties die op dit moment daadwerkelijk bestaan. Kijk dus niet naar hoe contacten volgens formele afspraken, overlegstructuren of organogrammen zouden moeten lopen, maar juist naar wie elkaar in de praktijk weet te vinden en hoe het contact daadwerkelijk loopt.Gebruik de legenda van het werkblad om verschillen tussen verbindingen zichtbaar te maken. Je kunt bijvoorbeeld laten zien hoeveel contact er is, of iets vooral één kant op loopt en tussen welke spelers spanning wordt ervaren. Waar binnen een organisatie bestaat het contact? Is de verbinding breed gedragen of vooral afhankelijk van één of enkele personen? Hoe vaak spelers contact hebben met elkaar zegt niet automatisch hoe belangrijk een verbinding is. Kijk daarom ook naar wat via die verbinding gebeurt.
Houd de netwerkkaart eenvoudig. Niet iedere verbinding hoeft uitgebreid beschreven te worden. Het doel is niet om een technisch perfecte netwerkkaart te maken, maar om zichtbaar te maken wat helpt om jouw speelveld beter te begrijpen.
Werk je met jouw eigen team? Zet een vraagteken bij verbindingen waarover je niet zeker bent.
Werk je met verschillende spelers? Laat iedere deelnemer of groep eerst een eigen kaart tekenen. Teken niet meteen alle beelden over elkaar heen. Vergelijk de kaarten pas nadat iedereen het eigen beeld heeft kunnen afmaken.Stap 4 | Verdiep de relaties die ertoe doen (15 minuten)
Kies enkele verbindingen die belangrijk of opvallend zijn. Gebruik hiervoor de vier verdiepingsvragen op het werkblad:- Hoe is het contact georganiseerd?
- Wat loopt er tussen de spelers?
- Wat merk je van het contact in de praktijk?
- Wat maakt dit contact mogelijk?
Probeer niet iedere relatie uitgebreid te onderzoeken. Beschrijf zo concreet mogelijk wat je ziet en hoort. Schrijf niet te snel dat een relatie ‘goed’ of ‘slecht’ is of dat een speler ‘moeilijk’ doet.
Vraag bij iedere gekozen verbinding ook waarom deze ertoe doet voor de opgave. Wat wordt door deze verbinding mogelijk en wat zou moeilijker worden als zij wegvalt?
Stap 5 | Wat valt op? (10 minuten)
Doe een stap achteruit en bekijk het netwerk als geheel. Gebruik hiervoor de vragen bij ‘Zoom uit’ op het werkblad.Kijk waar spelers vooral onderling verbonden zijn, wie verschillende delen van het netwerk met elkaar verbindt, via welke spelers of verbindingen veel informatie, middelen of besluiten lopen, waar afhankelijkheden ontstaan en welke verbindingen ontbreken. Vergelijk ook hoe het netwerk in de praktijk werkt versus de formele structuur.
Let daarbij ook op wat niet op de netwerkkaart staat. Een ontbrekende lijn, een speler aan de rand of een groep die vooral onderling verbonden is, kan belangrijke informatie bevatten.
Stap 6 | Vergelijk, toets en bepaal wat je nog wilt weten (10 minuten)
Een netwerkkaart is altijd gemaakt vanuit een bepaalde positie. Vergelijk daarom de verschillende kaarten of beelden:- Welke verbindingen ziet iedereen?
- Welke verbindingen ziet de één wel en de ander niet?
- Welke relaties worden verschillend beschreven of ervaren?
- Welke spelers staan op de ene kaart centraal en op een andere kaart juist aan de rand?
- Wat weten we nog niet en bij wie willen we dit toetsen?
Probeer verschillen niet meteen weg te werken. Ze kunnen iets vertellen over positie, toegang tot informatie of de manier waarop spelers het netwerk ervaren.
Noteer daarna op het werkblad:
- Dit valt op.
- Dit weten we nog niet zeker.
- Dit willen we bij andere spelers toetsen.
Het doel is niet om één definitieve netwerkkaart te maken. De analyse helpt om beter te begrijpen hoe relaties en patronen in het speelveld vanuit verschillende posities worden gezien en ervaren.
Waar moet je op letten?
Een netwerk blijft veranderen
Een netwerkkaart is een momentopname. Mensen vertrekken, nieuwe spelers komen in beeld en relaties veranderen. Ook een nieuwe fase in de opgave kan andere verbindingen belangrijk maken. Meer verbinding is niet altijd beter.Pak de kaart daarom opnieuw wanneer het speelveld verandert of wanneer je merkt dat relaties anders gaan werken.
Teken niet alleen hoe het zou moeten werken
De formele structuur kan anders zijn dan wat er in de praktijk gebeurt. Breng daarom in beeld welke verbindingen daadwerkelijk bestaan en hoe zij werken. Meer contact is niet automatisch beter. Veel contact betekent niet vanzelf dat een relatie goed werkt of belangrijk is. Andersom hoeft een ontbrekende verbinding niet altijd te worden gemaakt. Vraag steeds wat een verbinding bijdraagt aan de opgave.Iedere netwerkkaart laat één perspectief zien
Andere spelers kunnen dezelfde verbinding anders ervaren. Gebruik de verschillen niet om te bepalen wie gelijk heeft, maar als aanleiding om verder te onderzoeken.Werkblad Netwerkanalyse
Teken het netwerk op een groot vel papier. Gebruik het werkblad om de relaties en patronen in het netwerk verder te verdiepen en te duiden. Je vindt er de legenda, vier verdiepingsvragen, vragen om naar het netwerk als geheel te kijken en ruimte om de belangrijkste inzichten en onzekerheden vast te leggen.Wil je meer weten over deze manier van relationeel kijken? En handvatten krijgen over hoe je patronen in het speelveld kunt onderzoeken? Lees het artikel ‘Kijk naar wat er tussen spelers gebeurt’.