Wie een speelveld in kaart brengt, maakt keuzes. Waar begint en eindigt de opgave? Welke spelers en ontwikkelingen zijn relevant? En vanuit welke positie kijk je? Het speelveld ligt dus niet kant-en-klaar klaar om ontdekt te worden. De opgave, jouw vraag en het moment van verkennen bepalen mede wat je ziet.

Wat is een speelveld?
Het speelveld van een maatschappelijke opgave bestaat uit mensen, groepen en organisaties die invloed hebben op de opgave, eraan werken of de gevolgen ervan ervaren. Ook hun rollen, belangen, perspectieven en onderlinge relaties horen bij het speelveld.
Met spelers bedoelen we bijvoorbeeld mensen en organisaties die besluiten nemen, kennis of ervaring inbrengen, middelen beschikbaar stellen of onderdelen van de opgave uitvoeren. Ook mensen die niet georganiseerd zijn of niet actief deelnemen, kunnen bij het speelveld horen. Zij kunnen immers wel de gevolgen ervaren van wat anderen besluiten en doen.
Daarnaast beïnvloeden regels, geldstromen en politieke, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen wat spelers kunnen, willen en doen. Deze omstandigheden zijn zelf geen speler, maar bepalen mede hoe het speelveld werkt.
Meer dan een overzicht van spelers
Een speelveldverkenning begint vaak met een spelersanalyse: het zoeken naar betrokken mensen, groepen en organisaties. Wil je hiermee zelf aan de slag? Gebruik dan het hulpmiddel Spelersanalyse. Zo’n overzicht helpt om spelers zichtbaar te maken, maar laat nog niet zien hoe het speelveld werkt. Daarvoor kijk je ook naar wat er tussen spelers gebeurt. Welke rollen vervullen zij? Wat staat er voor hen op het spel? Wie is van wie afhankelijk? Hoe lopen informatie en middelen? Waar zit vertrouwen, spanning of invloed?
Een speler op de kaart zetten betekent bovendien niet dat je diens perspectief kent. Binnen één organisatie of groep kunnen verschillende stemmen bestaan. Een bestuurder, beleidsmaker en uitvoerder kunnen anders naar dezelfde opgave kijken. Ook één inwoner of vertegenwoordiger spreekt niet vanzelf namens een hele wijk of doelgroep.
Begrippen als netwerk, krachtenveld en omgeving leggen de nadruk op een bepaald deel van het speelveld. Met speelveld bedoelen we hier het bredere geheel van spelers en wat er tussen en rondom hen gebeurt.
Wil je de verschillende kanten van een speelveld gericht onderzoeken? Lees dan het artikel Wat kun je zichtbaar maken in een speelveld?.
Vier uitgangspunten bij het kijken naar een speelveld
Een speelveld ligt niet vast. De vraag waarmee je kijkt, jouw eigen positie en veranderingen in de tijd beïnvloeden het beeld dat ontstaat. Houd daarom rekening met vier uitgangspunten.
Een speelveld rondom een opgave heeft geen vaste buitenlijn. Welke spelers en ontwikkelingen relevant zijn, hangt af van de opgave, de vraag waarmee je kijkt en de keuzes die je tijdens de verkenning maakt. Bestaande wetten, verantwoordelijkheden en geografische grenzen kunnen richting geven aan de afbakening, maar bepalen niet vanzelf het hele speelveld.
Kijk je naar de uitvoering van beleid, dan komen misschien vooral uitvoeringsorganisaties, professionals en gebruikers in beeld. Onderzoek je de oorzaken van de opgave, dan kunnen ook spelers uit andere sectoren en leefwerelden relevant worden. Een andere vraag kan dus leiden tot een ander speelveld.
Een brede grens helpt om verbanden te zien, maar maakt het speelveld ook ingewikkelder. Een smalle grens geeft focus, maar kan belangrijke spelers of gevolgen buiten beeld laten. Benoem daarom welke grens je kiest, wat je daarbuiten laat en waarom.
Wie een speelveld verkent, maakt daar meestal zelf deel van uit. Ook jij en jouw organisatie hebben een rol, belang, geschiedenis en reputatie. Dat beïnvloedt welke spelers je kent, welke vragen je stelt en welke informatie je belangrijk vindt.
Andere spelers kijken vanuit hun eigen positie. Zij kunnen andere grenzen trekken, andere relaties zien en een andere uitleg geven aan wat er gebeurt. Wees bij het maken van een speelveldkaart dus altijd bewust van hoe je kijkt. Vergelijk de beelden van verschillende spelers en onderzoek waar en waarom ze van elkaar verschillen.
Vraag jezelf af:
- Vanuit welke rol kijken wij?
- Welke aannames en belangen nemen wij mee?
- Wie bepaalt wat relevant is?
- Met welke spelers hebben wij al een relatie?
- Welke beelden en perspectieven brengen andere spelers in?
Spelers hebben niet dezelfde positie of mogelijkheden. De één kan besluiten nemen, geld beschikbaar stellen of regels bepalen. Een ander beschikt over praktijkkennis, kan mensen mobiliseren of heeft het vertrouwen van een bepaalde groep. Sommige spelers ervaren vooral de gevolgen van keuzes die anderen maken.
Invloed is niet altijd formeel of direct zichtbaar. Ook informatie, relaties, taal, beschikbare tijd en toegang tot besluitvormers bepalen hoeveel invloed een speler heeft. Iemand kan een groot belang hebben bij de opgave en toch nauwelijks invloed kunnen uitoefenen.
Kijk daarom niet alleen wie betrokken zijn, maar ook:
- Wie bepaalt waarover wordt gesproken?
- Wie beschikt over geld, informatie of beslissingsmacht?
- Wie kan gemakkelijk toegang krijgen tot het proces?
- Wie draagt de gevolgen, maar heeft weinig invloed?
Verschillen in invloed hangen meestal samen met iemands rol en verantwoordelijkheid. Maak ze zichtbaar, zodat je er bewust mee om kunt gaan.
Een speelveld rondom een opgave is een momentopname. Spelers komen erbij of trekken zich terug. Rollen, belangen en relaties veranderen. Ook nieuwe wetgeving, politieke keuzes en maatschappelijke ontwikkelingen kunnen het speelveld beïnvloeden.
Tegelijk werkt het verleden door. Eerdere besluiten, conflicten en ervaringen kunnen bepalen hoeveel vertrouwen spelers in elkaar en in de samenwerking hebben.
Jouw beeld is misschien onvolledig. Niet alle spelers zijn direct zichtbaar. Mensen spreken niet altijd vrijuit en informele relaties of spanningen kunnen verborgen blijven. Een nieuw gesprek kan daarom andere spelers, stemmen of verbindingen zichtbaar maken. Soms verandert hierdoor zelfs de manier waarop je de opgave begrijpt. De verkenning van de opgave en die van het speelveld beïnvloeden elkaar.
Gebruik een speelveldkaart daarom niet als eindproduct. Zie de speelveldkaart als een tijdelijk en gekleurd beeld dat je blijft toetsen en aanvullen tijdens het werken aan de opgave.
Goed genoeg voor de volgende stap
Dat een speelveld nooit af is, betekent niet dat je eindeloos moet blijven onderzoeken. Volledigheid is niet haalbaar en ook niet altijd nodig. Op een bepaald moment moet het beeld goed genoeg zijn om een volgende stap te zetten.
Vraag je dan af:
- Hebben we de spelers in beeld die invloed hebben, kennis bezitten of gevolgen ervaren?
- Begrijpen we de belangrijkste verschillen, relaties en afhankelijkheden?
- Weten we welke perspectieven, vragen en onzekerheden nog ontbreken?
- Kunnen we met dit beeld een bewuste volgende stap zetten?
Blijf daarna openstaan voor nieuwe informatie. Een speelveldverkenning is nooit 100% af wanneer alles bekend is. Het beeld is bruikbaar wanneer je voldoende zicht hebt om zorgvuldig te handelen én weet wat nog ontbreekt.