Bij maatschappelijke opgaven is de overheid één van de spelers in het speelveld. Maar zij is niet zomaar een speler. Overheden hebben wettelijke bevoegdheden, beschikken over publieke middelen en nemen besluiten die anderen raken. Dat brengt bijzondere verantwoordelijkheden met zich mee.

De overheid kan regels stellen, concrete resultaten nastreven, samenwerken met andere spelers of ruimte geven aan initiatieven vanuit de samenleving. Welke manier van handelen past, hangt af van de opgave, de situatie en wat er op dat moment nodig is.

De overheid is niet één speler

We spreken vaak over ‘de overheid’, terwijl daar in de praktijk verschillende organisaties en onderdelen achter schuilgaan. Rijksoverheid, provincies, gemeenten, waterschappen, uitvoeringsorganisaties en toezichthouders kunnen allemaal bij dezelfde opgave betrokken zijn.

Ook binnen één overheidsorganisatie kunnen onderdelen anders naar de opgave kijken. Volksvertegenwoordigers, bestuurders, beleidsmakers, uitvoerders en toezichthouders hebben verschillende opdrachten en verantwoordelijkheden. Wat voor het ene onderdeel wenselijk is, kan voor een ander botsen met wetgeving, uitvoerbaarheid, toezicht of een ander publiek belang. Maak daarom concreet over welke overheid en welk organisatieonderdeel je spreekt.

Wil je eerst breder onderzoeken welke rollen spelers rond een opgave kunnen vervullen? Lees dan het artikel Hoe kijk je naar rollen in een speelveld?.

Kijk welke rol de opgave van de overheid vraagt (het NSOB-kwadrant)

De overheid kan rond een maatschappelijke opgave verschillende rollen innemen. Soms is het nodig om duidelijk richting te geven en besluiten te nemen. Op andere momenten bereik je meer door samen te werken, ruimte te geven aan initiatieven of aan te sluiten bij wat er in de samenleving al gebeurt.

De Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) ontwikkelde een model om verschillende vormen van overheidssturing inzichtelijk te maken. Het helpt je om te onderzoeken vanuit welke rol het vraagstuk nu benaderd wordt en of deze manier van handelen past bij wat de opgave en het speelveld op dat moment vragen. Daarbij hoef je niet één rol te kiezen. Verschillende situaties kunnen om verschillende rollen vragen, en soms zijn meerdere rollen tegelijk nodig.

Het model onderscheidt vier sturingsperspectieven, die vaak worden aangeduid als rollen: de rechtmatige, presterende, samenwerkende en responsieve overheid.

Het gaat daarbij niet alleen om de houding of het gedrag van een individuele ambtenaar. De manier van sturen bepaalt mede wie doelen stelt, wie besluiten neemt, hoe middelen worden verdeeld en waarover de overheid verantwoording aflegt.

Het kwadrant kijkt langs twee lijnen. De horizontale lijn gaat over de richting van waaruit de overheid werkt. Aan de linkerkant werkt de overheid van binnen naar buiten: politieke besluitvorming en de eigen organisatie vormen het vertrekpunt voor wat er in de samenleving moet gebeuren. Aan de rechterkant werkt zij van buiten naar binnen: ontwikkelingen, behoeften en initiatieven in de samenleving vormen het vertrekpunt voor wat de overheid moet doen.

De verticale lijn gaat over de verhouding tussen resultaten en randvoorwaarden. Bovenin staat het gewenste resultaat centraal en worden daar passende randvoorwaarden bij gezocht. Daarbij gaat het over het resultaat wat we moeten bereiken en wat daarvoor nodig is. Onderin staan regels, waarden en randvoorwaarden voorop en wordt gekeken wat daarbinnen kan en mag ontstaan.  

Beeld: Beeld: Opgavegericht Samenwerken

Het model schrijft niet voor welke rol de juiste is. Het helpt om te reflecteren op welke manier van sturen op dat moment past bij de opgave én bij de positie en verantwoordelijkheid van de overheid in het speelveld. Welke rol mogelijk is, hangt ook af van politieke besluiten, wettelijke taken, beschikbare middelen, verantwoordelijkheden en verschillen in invloed. Kijk daarbij niet alleen naar hoe de overheid haar eigen rol ziet. Andere spelers kunnen andere verwachtingen hebben van haar rol en/of deze anders ervaren.