Rond metrostation Kraaiennest in Amsterdam-Zuidoost wilde de gemeente woningen bouwen en de openbare ruimte vernieuwen. Het stadsdeel ontwikkelde samen met een bewonersadviesraad twee scenario’s. Bewoners mochten vervolgens hun voorkeur uitspreken.

Beeld: Gebiedsontwikkeling.nu
Buurtplatform Hart voor de K-buurt vond dat de plannen niet voortkwamen uit de brede buurt en onvoldoende aansloten bij wat daar speelde. Volgens het platform kregen bewoners pas een stem nadat belangrijke keuzes al waren gemaakt. In februari 2018 riep het buurtplatform bewoners daarom op om niet te stemmen: een participatiestaking.
Minder dan tweehonderd bewoners brachten een stem uit. Daarna veranderde de aanpak. Hart voor de K-buurt en andere betrokkenen uit de wijk kregen meer ruimte om plannen te ontwikkelen, waarbij ambtenaren kennis en ondersteuning beschikbaar stelden. Er kwam een bredere ontwikkelstrategie met aandacht voor woningen, openbare ruimte, het sociale leven en de economie van de buurt.
Drie lessen uit deze praktijk
1. Mogen kiezen is nog niet hetzelfde als invloed hebben
De bewoners konden kiezen tussen twee uitgewerkte scenario’s, maar hadden weinig invloed gehad op de vragen die eraan voorafgingen. Wat heeft de buurt nodig? Welke problemen moeten worden aangepakt? En welke mogelijkheden zien bewoners zelf?
Invloed gaat dus niet alleen over mee mogen doen, maar ook over waarop je invloed hebt.
De praktijk laat zien dat het moment waarop spelers worden betrokken mede bepaalt hoeveel invloed zij hebben. Wie pas mag reageren wanneer belangrijke keuzes al zijn gemaakt, heeft een andere positie dan wie de opgave en mogelijke aanpak mede kan bepalen.
2. Een open uitnodiging bereikt niet vanzelf de brede buurt
Volgens Hart voor de K-buurt bereikten de gebruikelijke bijeenkomsten vooral bewoners die de weg naar zulke gesprekken al kenden. Volgens Hart voor de K-buurt sloten de gebruikelijke bijeenkomsten onvoldoende aan bij onder meer laaggeletterde bewoners en verschillende gemeenschappen met een migratieachtergrond.
Het buurtplatform zocht mensen daarom op bij ondernemers, kerken, culturele organisaties, sleutelfiguren en activiteiten in de wijk. Jongeren maakten video’s over hoe zij wilden wonen en leven. Gesprekken vonden ook plaats rond barbecues en picknicktafels in de openbare ruimte.
Dat laat zien dat er in een buurt vaak al netwerken, plekken en relaties bestaan waarmee andere spelers worden bereikt. Wie andere spelers wil bereiken, moet soms aansluiten bij de plekken en netwerken waar zij al zijn.
Ook een buurtplatform vertegenwoordigt niet automatisch iedere bewoner. Onderzoek daarom wie via het initiatief wordt bereikt, welke verschillen binnen de buurt bestaan en welke stemmen nog ontbreken.
3. Tegenspraak kan een vorm van betrokkenheid zijn
De participatiestaking kon worden gezien als een weigering om mee te doen. De bewoners die haar organiseerden waren juist sterk betrokken bij de toekomst van hun buurt. Zij trokken zich terug omdat zij de voorwaarden en keuzeruimte onvoldoende vonden. Wegblijven of afhaken is niet altijd een bewuste vorm van tegenspraak. Onderzoek daarom wat erachter zit voordat je er betekenis aan geeft.
Na de staking werd eerst oud zeer tussen bewoners en ambtenaren besproken. Ook veranderde de verdeling van rollen: bewoners kregen meer ruimte om plannen te maken en de gemeente ging hen daarbij ondersteunen.
Weerstand kan zichtbaar maken wat spelers belangrijk vinden of in een aanpak missen. Dat betekent niet dat iedere eis moet worden overgenomen. Wel is tegenspraak aanleiding om opnieuw te kijken naar de opgave, de spelers die betrokken zijn en de manier waarop invloed is verdeeld.
Hoe het verder ging
De nieuwe aanpak leidde tot een bredere ontwikkelstrategie en 500 extra starterswoningen. Hart voor de K-buurt bleef daarnaast werken aan voorzieningen en initiatieven in de wijk.
De spanningen met delen van de gemeente verdwenen echter niet. Ook later bleef discussie bestaan over de positie, financiering en erkenning van het buurtplatform. Sinds 2024 bevat de Amsterdamse participatieverordening voorwaarden voor de erkenning van buurtplatforms en afspraken over hun samenwerking met de gemeente. Daarmee kregen erkende buurtplatforms een formelere positie, maar bestaande verhoudingen en werkwijzen veranderden niet vanzelf.
Het praktijkverhaal is daarmee niet afgelopen. Het laat zien dat een speelveld niet alleen bestaat uit de spelers die deelnemen aan een georganiseerd traject. Ook de gekozen vragen, de momenten waarop spelers invloed krijgen, bestaande netwerken in de buurt en vormen van tegenspraak bepalen hoe het speelveld zich ontwikkelt.
Wil je verder onderzoeken wie rond een opgave nodig is en welke vorm van betrokkenheid past? Lees dan het artikel Wie is wanneer nodig rond de opgave?.
Wil je onderzoeken hoe stemmen buiten beeld kunnen raken? Lees dan het artikel Welke stem ontbreekt in het speelveld?.
Lees verder
- Lees hier de beschrijving van de participatiestaking in de Canon van Participatie van het Kennisknooppunt Participatie.
- In het artikel ‘Wij vechten voor het recht om eens niet te hoeven praten, maar om gewoon te doen’ vertelt Mike Brantjes van Hart voor de K-buurt over de werkwijze en positie van het buurtplatform.
- Lees in het artikel ‘K-buurt: van participatiestaking naar cocreatie’ hoe bewoners, ambtenaren, Stichting !WOON en een onderzoeker van de Hogeschool van Amsterdam terugkijken op de samenwerking na de staking, de spanningen die daarbij bleven bestaan en de lessen die zij daaruit trokken.