Rond een maatschappelijke opgave gebeurt vaak al veel. Inwoners nemen initiatief, professionals werken aan oplossingen, organisaties voeren activiteiten uit en overheden nemen besluiten. Sommige spelers werken al samen, terwijl andere spelers ieder vanuit hun eigen positie iets doen.

Wie aan een opgave werkt, begint daarom nooit met een leeg speelveld. Kijk niet alleen wie jij wilt betrekken, maar onderzoek eerst wat er al gebeurt, wie al actief is of gevolgen ondervindt en waar je kunt aansluiten. Kijk tegelijk naar wat de opgave op dat moment vraagt. Want wie nodig is en hoe iemand betrokken kan zijn, verschilt per stap.
Kijk eerst wat er al gebeurt
Voordat je anderen uitnodigt, helpt het om te onderzoeken wat er al gebeurt. Kijk bijvoorbeeld:
- Welke spelers werken al aan deze opgave of een deel daarvan?
- Welke initiatieven, activiteiten en samenwerkingen bestaan al?
- Waar worden gesprekken gevoerd en besluiten genomen?
- Wie ondervinden gevolgen door (gebrek aan) activiteiten en initiatieven rond deze opgave?
- Welke informele netwerken of plekken zijn belangrijk?
- Wie heeft al vertrouwen, kennis of contacten opgebouwd?
- Waar kunnen wij aansluiten in plaats van iets nieuws te organiseren?
Aansluiten betekent niet dat je zonder eigen afweging meegaat in wat er al gebeurt. Een bestaand initiatief kan bepaalde spelers of belangen buiten beeld laten. Ook kunnen wettelijke verantwoordelijkheden, publieke waarden of gevolgen voor anderen vragen om een andere bijdrage. Onderzoek daarom zowel wat bestaande initiatieven mogelijk maken als wat daarin nog ontbreekt.
Vraag initiatiefnemers wat zij zelf willen en wat zij van andere spelers nodig hebben. Aansluiten kan betekenen dat je meedoet of ondersteunt, maar niet dat je overneemt en soms juist dat je ruimte geeft.
Heb je de spelers rond de opgave nog onvoldoende in beeld? Gebruik dan eerst de Spelersanalyse.
Bepaal wat de opgave nu vraagt
Bij een maatschappelijke opgave kunnen veel spelers betrokken zijn. Dat betekent niet dat iedereen voortdurend aan gezamenlijk overleg moet deelnemen. Een grote groep kost tijd en maakt het niet vanzelf gemakkelijker om verschillende perspectieven te horen of besluiten te nemen.
Een overleg is bovendien maar één vorm van betrokkenheid. Soms is een gesprek, werkbezoek, interview, raadpleging of deelname aan een bestaand initiatief passender. Een speler kan ook vooral op de hoogte willen blijven, op een specifiek moment bijdragen of pas bij een volgende stap actief nodig zijn.
Bepaal dus eerst wat de opgave nu vraagt. Welke volgende stap ligt voor ons? Wil je de opgave beter begrijpen, een aanpak ontwikkelen, een formeel besluit voorbereiden of iets uitvoeren? Iedere stap kan andere kennis, ervaring, bevoegdheden en relaties vragen.
Onderzoek wie nodig is om deze stap te kunnen zetten. Kijk bijvoorbeeld:
- Wie werkt al aan dit deel van de opgave?
- Wie beschikt over relevante kennis of ervaring?
- Wie kan besluiten nemen, middelen beschikbaar stellen of iets uitvoeren?
- Wie ervaart de gevolgen van wat er gebeurt?
- Welk perspectief mag bij deze stap niet ontbreken?
- Bij wie moeten wij misschien zelf aansluiten?
Met ‘nodig zijn’ bedoelen we niet alleen spelers die iets kunnen bijdragen. Kijk ook naar mensen die geen formele taak hebben of niet actief deelnemen, maar wel de gevolgen van keuzes ervaren. Hun ervaringen en belangen kunnen nodig zijn om de opgave goed te begrijpen. Maak daarom niet alleen zichtbaar wie iets mogelijk kan maken, maar ook voor wie er veel op het spel staat.
Kies welke vorm van betrokkenheid past
Betrokkenheid is geen keuze tussen volledig meedoen of helemaal niet betrokken zijn. Spelers kunnen verschillende manieren met elkaar verbonden zijn. Deze vormen zijn geen rangorde van belangrijk naar onbelangrijk. Een speler met wie je gericht contact hebt, kan grote gevolgen van de opgave ervaren. En een speler met wie je intensief samenwerkt, hoeft niet bij iedere volgende stap dezelfde positie te houden.
Ook jouw eigen positie en betrokkenheid en die van jouw organisatie kunnen tijdens het werken aan de opgave veranderen. Welke vorm past, hangt af van de opgave, de volgende stap, de positie van de speler en de manier waarop die speler zelf wil en kan bijdragen.
Sommige spelers zijn gedurende een bepaalde stap actief nodig. Je werkt samen, hebt regelmatig contact en stemt keuzes en activiteiten met elkaar af.
Sommige spelers zijn op een specifiek moment in de stap nodig vanwege hun kennis, ervaring, perspectief, bevoegdheid of rol. Aansluiten kan twee kanten op: je kunt een speler uitnodigen bij jouw proces, maar je kunt ook zelf aansluiten bij een initiatief, bijeenkomst of plek van anderen.
Een speler hoeft op dit moment niet actief mee te doen, maar het is wel belangrijk om informatie uit te wisselen, ontwikkelingen te volgen of bereikbaar te blijven voor elkaar.
Een speler hoeft bij de huidige stap niet actief betrokken te zijn. Bij een volgende fase kan dat veranderen. Spreek daarom af wanneer je opnieuw naar deze keuze kijkt.
Vier aandachtspunten bij jouw keuze
Wie je nodig hebt en hoe spelers betrokken zijn, is geen neutrale of vaste keuze. Let daarbij op wie de keuze maakt, wie anderen vertegenwoordigt, wat deelname voor spelers betekent en wanneer het nodig is om opnieuw te kijken.
De keuze wie wordt uitgenodigd of gehoord, heeft invloed op welke kennis, belangen en perspectieven in beeld komen. Bekende spelers worden vaak als eerste gevraagd. Mensen die minder gemakkelijk bereikbaar zijn, geen formele organisatie achter zich hebben of kritisch tegenover de aanpak staan, kunnen daardoor buiten beeld blijven.
Vraag daarom:
- Vanuit welke positie maken wij deze keuze?
- Wie bepaalt wat de volgende stap is en wie daarvoor nodig zijn?
- Welke spelers kennen wij al en wie kennen wij nauwelijks?
- Wie kan gemakkelijk toegang krijgen tot ons proces?
- Wie heeft zelf een initiatief of proces waarbij wij kunnen aansluiten?
- Bij wie kunnen we toetsen of onze keuze logisch is?
Je hoeft niet voor iedere stap met alle spelers samen te beslissen wie betrokken wordt. Maak wel zichtbaar hoe de keuze tot stand komt, waarop zij is gebaseerd en welke onzekerheden nog bestaan. Houd ook rekening met formele rechten, verantwoordelijkheden en democratisch genomen besluiten. Door samen te werken worden formele verantwoordelijkheden en bevoegdheden niet vanzelf gezamenlijk.
Het is niet altijd mogelijk of nodig om iedereen rechtstreeks te spreken. Soms brengen vertegenwoordigers de belangen, ervaringen of standpunten van anderen in. Maar één inwoner spreekt niet automatisch namens een hele wijk en één medewerker niet namens een complete organisatie.
Vraag daarom:
- Namens wie spreekt deze persoon?
- Waarop is deze vertegenwoordiging gebaseerd?
- Hoe weet deze vertegenwoordiger wat er binnen de groep speelt?
- Welke verschillen bestaan binnen de groep of organisatie?
- Wie herkent zich mogelijk niet in wat de vertegenwoordiger inbrengt?
- Hoe kan worden teruggekoppeld naar de mensen om wie het gaat?
Vertegenwoordiging kan helpen, maar vervangt niet automatisch het contact met mensen die gevolgen ervaren. Combineer waar nodig verschillende manieren van luisteren en informatie verzamelen.
Mensen uitnodigen is niet hetzelfde als hun stem daadwerkelijk ruimte geven. Tijdstip, locatie, taal, beschikbare tijd, digitale vaardigheden, reiskosten en ondersteuning kunnen bepalen of iemand kan bijdragen. Ook onderlinge verhoudingen en eerdere ervaringen kunnen maken dat mensen niet vrijuit spreken.
Maak vooraf duidelijk waarvoor je iemand uitnodigt en hoeveel invloed diegene heeft. Leg uit hoe bijdragen worden afgewogen en koppel later terug wat ermee is gebeurd. Alleen dan kan iemand bewust kiezen of en hoe diegene wil bijdragen.
Vraag spelers daarom waar mogelijk hoe, waar en wanneer zij kunnen en willen bijdragen. Wees zuinig op hun tijd en voorkom dat steeds dezelfde mensen gevraagd wordt hun ervaring opnieuw te delen. Bied waar passend ondersteuning of een vergoeding.
Een keuze over betrokkenheid is een momentopname. De opgave verandert, spelers nemen nieuwe initiatieven en rollen verschuiven. Iemand met wie je nu alleen contact houdt, kan bij een volgende stap een belangrijke samenwerkingspartner worden. Andersom hoeft een speler die nu intensief betrokken is niet gedurende de hele opgave dezelfde rol te houden.
Kijk daarom opnieuw naar het speelveld wanneer:
- een volgende fase of stap begint;
- een belangrijk besluit wordt voorbereid;
- nieuwe informatie of ontwikkelingen de opgave veranderen;
- nieuwe spelers of initiatieven in beeld komen;
- spelers aangeven anders betrokken te willen zijn;
- je merkt dat belangrijke kennis, ervaring of stemmen ontbreken.
Het doel is niet om één ideale groep samen te stellen die gedurende de hele opgave hetzelfde blijft. Het gaat erom dat je steeds bewust kijkt wat de opgave vraagt, wat er al gebeurt en hoe verschillende spelers op dat moment verbonden kunnen zijn.
Bepaal wie de opgave nu nodig heeft
Wil je voor een concrete volgende stap onderzoeken welke spelers nodig zijn en hoe je met hen verbonden wilt zijn? Gebruik dan de werkvorm Wie heeft de opgave nu nodig? [LINK: Speelveld – Werken vanuit het speelveld – Direct aan de slag – Werkvorm | Bepaal wie nodig is voor de volgende stap] Met deze werkvorm kijk je wie nodig is om de volgende stap te zetten, wie de gevolgen ervaart, welke kennis of stem niet mag ontbreken en bij wie jij misschien zelf moet aansluiten.