Wie aan een maatschappelijke opgave werkt, brengt het speelveld vaak eerst op papier in kaart. Dat helpt om spelers, belangen, rollen en onderlinge verbindingen zichtbaar te maken. Maar op papier blijft een speelveld al snel abstract.

Door naar de plek te gaan waar de opgave speelt, zie, hoor en ervaar je andere dingen. Dat kan een wijk of natuurgebied zijn, maar ook een school, zorginstelling, bedrijf, loket of werkplek. Je kunt een locatie bezoeken, meelopen met iemand uit de uitvoering of ervaren hoe mensen in de praktijk met beleid en dienstverlening te maken krijgen.
Kijk en luister niet alleen, maar ga ook in gesprek met de mensen die er wonen, werken of gebruik van maken. Zo ontdek je mogelijk spelers, perspectieven en verbindingen die vanachter een bureau buiten beeld blijven.
Waarom helpt dit?
Jouw speelveld van dichtbij ervaren kan je verkenning op verschillende manieren verrijken.
Cijfers, kaarten en beleidsstukken bevatten veel informatie, maar laten niet altijd zien wat een vraagstuk in de praktijk betekent. Op de plek zelf zie je hoe beleid, uitvoering en dagelijks leven samenkomen en wat daarvan de gevolgen zijn voor mensen die er wonen, werken of gebruik van maken.
Bewoners, ondernemers, gebruikers, professionals en deskundigen kijken ieder anders naar dezelfde omgeving. De één kent de geschiedenis van een plek, de ander weet hoe beleid of uitvoering werkt en weer een ander ervaart dagelijks de gevolgen van de opgave. Door zelf mee te kijken en vragen te stellen, verbind je professionele kennis met praktijkkennis en ervaringskennis.
Mensen kunnen dezelfde situatie verschillend waarnemen en waarderen. Wat de één als kans ziet, ervaart een ander als risico of verlies. Door deze waarnemingen te vergelijken, komen verschillende belangen, waarden en perspectieven in beeld.
Op locatie zie je wie daadwerkelijk betrokken zijn, wie de gevolgen ervaren en wie een formele of informele rol vervullen. Onderweg zie je wie een plek gebruiken en kun je mensen ontmoeten die niet vanzelfsprekend in beleidsstukken of bestaande overleggen voorkomen. Zij kunnen je wijzen op andere spelers, informele netwerken of relaties die nog niet op jouw speelveld staan.
Een gesprek op de plek waar de opgave speelt, verloopt vaak anders dan een gesprek in een vergaderzaal. De omgeving geeft concrete aanleidingen om vragen te stellen: wat gebeurt hier, wie merkt daar iets van, waarom werkt het zo en wie heeft hier invloed op?
Een route als manier van onderzoeken
Je kunt één plek bezoeken, maar ook bewust een route volgen langs verschillende plekken en situaties. Een manier die daarbij kan helpen is de ‘transect walk’. Deze methode komt voort uit participatief onderzoek. Een gemengde groep van bijvoorbeeld bewoners, gebruikers, professionals en beleidsmakers volgt een bewust gekozen route door een gebied. De deelnemers observeren, stellen vragen, voeren gesprekken en leggen hun bevindingen vast.
De route verbindt bij voorkeur verschillende plekken, functies en situaties. Na afloop vergelijken de deelnemers hun waarnemingen en verwerken zij de opbrengsten in een kaart of speelveldanalyse. Dat vergelijken is belangrijk: lokale betrokkenen, deskundigen en beleidsmakers kunnen tijdens dezelfde route andere dingen opmerken en verschillend verklaren wat zij zien. Juist de combinatie van hun kennis levert een rijker beeld op.
Een transect walk hoeft niet letterlijk een wandeling te zijn. Je kunt, afhankelijk van de omgeving, ook fietsen, varen of met het openbaar vervoer reizen.
Zelf jouw speelveld ingaan
Wil je zelf de praktijk in om je speelveld beter te begrijpen? Gebruik dan deze stappen als vertrekpunt.
1. Bepaal wat je wilt ontdekken
Formuleer een open verkenningsvraag. Bijvoorbeeld: waar wordt onze opgave zichtbaar of voelbaar? Wie ervaren de gevolgen? Waar komen functies, belangen of ontwikkelingen bij elkaar?
2. Kies waar je moet zijn
Bepaal welke plekken of praktijksituaties je kunnen helpen om de opgave beter te begrijpen. Dat kan één locatie zijn, maar ook een route langs verschillende plekken. Laat mensen die de praktijk kennen meedenken over jouw keuze.
3. Ga met verschillende mensen op pad
Nodig mensen uit die vanuit verschillende posities naar de opgave kijken. Denk niet alleen aan beleidsmakers en deskundigen, maar ook aan gebruikers, bewoners, ondernemers en uitvoerders. Spreek vooraf af wat het doel van het bezoek is, wat je vastlegt en hoe je zorgvuldig omgaat met privacy en toestemming.
4. Kijk, luister en vraag door
Observeer wat er gebeurt, maar vul niet te snel zelf in wat dit betekent. Vraag hoe anderen de situatie ervaren en verklaren. Vraag ook welke spelers, plekken of perspectieven volgens hen nog ontbreken.
5. Vergelijk en verwerk
Bespreek na afloop wat iedereen heeft gezien en gehoord. Welke verschillen vallen op? Welke spelers, belangen, relaties of ontwikkelingen zijn nieuw in beeld gekomen? Werk daarmee je speelveldverkenning bij en benoem wat nog niet duidelijk is.
Houd jouw blik kritisch
Een bezoek of tocht geeft niet vanzelf een volledig en evenwichtig beeld van het speelveld. Wat je ziet, hangt af van de plek, het moment en de mensen die aanwezig zijn. Sta daarom ook stil bij vragen als:
- Wie bepaalde waar we gingen kijken?
- Wie waren aanwezig en wie niet?
- Welke plekken en perspectieven bleven buiten beeld?
- Zagen we een gebruikelijke situatie of een uitzondering?
- Welke conclusies kunnen we op basis hiervan nog niet trekken?
Behandel een eerste indruk niet direct als een feit. Vraag door en verbind wat je ziet en hoort met gesprekken, gegevens, rapporten en andere manieren om het speelveld te verkennen. Jouw speelveld ingaan vervangt een analyse niet, maar kan haar wel verdiepen, aanvullen en bijstellen.
Voorbeelden uit de praktijk
Hoe leer je een speelveld kennen dat zich letterlijk over land en water uitstrekt? Zes Rijkstrainees stapten in een bootje om de Biesbosch en de opgave van plastic zwerfafval zelf te ervaren.
“Om het speelveld en de opgave zelf beter te leren kennen en te ervaren, zijn we samen door de Biesbosch gaan varen. Dit verbreedde letterlijk onze horizon.”
Het varen was het begin van hun verkenning. Daarna spraken zij met verschillende spelers, waaronder Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer, provincies, een gemeente, een waterleidingbedrijf en een organisatie voor natuureducatie. Ieder gesprek leverde niet alleen nieuwe informatie op, maar leidde ook naar andere spelers, belangen en relaties.
Zo groeide hun eerste overzicht uit tot een veel rijker beeld van het speelveld. Tegelijk ontdekten zij dat een speler op de kaart zetten nog niet betekent dat je diens perspectief werkelijk kent. De watersportvereniging kwam bijvoorbeeld wel in beeld, maar het lukte niet om met haar in gesprek te komen.
Lees in het DOEboek Opgavegericht Samenwerken op pagina 106 tot en met 109 hoe de trainees hun speelveld verkenden en welke lessen zij daarbij opdeden.
In dit artikel lees je meer over deze en andere lessen die de trainees tijdens hun opdracht leerden.De parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen wilde haar onderzoek niet alleen vanuit Den Haag en op basis van dossiers uitvoeren. Daarom gingen commissieleden wandelend en fietsend het aardbevingsgebied in.
De commissie fietste door verschillende dorpen, kreeg een rondleiding langs gesloopte woningen en nieuwbouw en bezocht plekken waar de gevolgen van de gaswinning zichtbaar waren. Tijdens keukentafelgesprekken vertelden getroffen Groningers over hun woning, de schadeprocedures en de onzekerheid waarmee zij soms al jaren leven.
Zo kwamen verschillende kanten van de opgave bij elkaar: de zichtbare schade aan woningen en dorpen, de ervaringen van inwoners, de werking van procedures en het technische systeem achter de gaswinning. De opbrengsten werden gebruikt bij de voorbereiding van de parlementaire enquête. Bekijk het verslag en de video van het werkbezoek.
Leden van het Strategisch Beraad Sociaal Domein bezochten Arnhem-Oost, een van de gebieden binnen het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. In dit gebied stapelen vraagstukken rond wonen, onderwijs, werk, inkomen, gezondheid en veiligheid zich op.
Tijdens het werkbezoek maakten zij kennis met maatschappelijke organisaties die langdurig in de wijk aanwezig zijn. Vitesse Betrokken gebruikt voetbal om verbindingen te leggen tussen onder meer school, werk en veiligheid. Jongerenwerkers van het AM-Supportteam verbinden school, thuis en buurt en begeleiden jongeren in hun ontwikkeling.
Het bezoek liet zien hoe maatschappelijke organisaties en professionals die langdurig in de wijk aanwezig zijn, een brugfunctie vervullen tussen bewoners en instanties. Zij kennen de lokale netwerken, hebben het vertrouwen van bewoners en kunnen vraagstukken rond school, thuis, werk en veiligheid met elkaar verbinden.
Lees het praktijkverhaal over het werkbezoek aan Arnhem-Oost.
Lees meer over het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid.