Loop je met je team vast in de samenwerking aan een maatschappelijke opgave? Of zoek je naar een goede manier om het gesprek te verdiepen en concreet te maken? Opgavepraat is een kaartenset die teams helpt om open te praten, scherp te krijgen wat speelt en samen in beweging te komen.
Opgavepraat is gemaakt vanuit de principes van opgavegericht samenwerken. Je werkt aan maatschappelijke vraagstukken, over organisatiegrenzen en belangen heen, met de bedoeling steeds centraal. De kaartenset brengt reflectie, richting en actie samen. Je gebruikt de kaarten in een overleg, tijdens een bijeenkomst of op momenten dat het schuurt of vastloopt.
De kaarten zijn ingedeeld in vier thema’s: de opgave, het speelveld, samenwerken en het opgaveteam. Binnen elk thema zijn de kaarten verdeeld in categorieën. Dit helpt je om gericht te kiezen welk aspect je wilt verkennen of versterken. Zo kun je heel bewust het gesprek voeren over bijvoorbeeld urgentie, rollen, belangen of samenwerking in het team.
Download Opgavepraat
Ben je benieuwd en wil je Opgavepraat zelf gebruiken? Download hieronder de digitale versie waarin je op jouw scherm door de kaarten heen kunt klikken of download de printbare versie waarmee je zelf eenvoudig de kaartenset kunt uitknippen en vouwen.
Wil je Opgavepraat laten drukken bij een drukker dan zijn de bestanden op te vragen via ambtelijkvakmanschap@rijksoverheid.nl. Wij sturen je dan de juiste bestanden toe.
Aan de slag met Opgavepraat
De kaartenset Opgavepraat bestaat uit twee soorten kaarten die elkaar versterken: gesprekskaarten en actiekaarten. De kracht zit in de combinatie. Reflectie zonder actie blijft vaak in het hoofd en actie zonder reflectie raakt vaak niet de kern. Je kunt de kaarten los gebruiken of combineren, afhankelijk van wat de opgave en de samenwerking nodig hebben.
Je kunt Opgavepraat gebruiken in tweetallen, kleine groepen of plenair. Kies eventueel iemand die het gesprek begeleidt en de tijd bewaakt. Soms is één vraag al genoeg om beweging te brengen. Soms is meer verdieping nodig.
De gesprekskaarten helpen om beelden, verwachtingen en spanningen zichtbaar te maken. Elke kaart bevat een centrale vraag. Onder elke vraag vind je een korte verdieping: Vraag door, Kijk anders of Sta even stil. Vragen met een bliksem zijn extra scherp en helpen om te verkennen waar het schuurt.
Ga aan de slag met de gesprekskaarten en volg deze stappen:
- Kies een thema of trek een willekeurige kaart.
- Lees de vraag hardop voor.
- Geef iedereen de ruimte om te reageren.
- Gebruik de verdieping op de kaart om verder te denken.
- Sluit af met een concrete actie of kies een passende actiekaart.
De actiekaarten helpen om samen in beweging te komen. Op elke kaart staat een herkenbare situatie met een korte, uitvoerbare actie. Zo blijft het niet bij praten, maar ga je ook samen iets doen, uitproberen of afspreken.
Ga aan de slag met de actiekaarten en volg deze stappen:
- Kies een thema en een herkenbare situatie.
- Lees de situatie en de acties hardop voor.
- Bespreek samen wat past bij jullie opgave.
- Maak afspraken over de uitvoering.
- Reflecteer met een gesprekskaart op wat het oplevert.
Meer verdieping en werkvormen
Naast de verdieping op het gesprek, kun je Opgavepraat ook inzetten met verschillende werkvormen. Klik hieronder voor de verschillende werkvormen.
|
Doel |
Snel het gesprek openen en iedereen actief betrekken bij de opgave. |
|
Inzetten bij |
De start van een overleg, bijeenkomst of werksessie. |
|
Opbrengst |
Iedereen komt direct aan het woord, eerste verschillen in perspectief worden zichtbaar en focus op wat nu speelt in de opgave. |
|
Aantal personen |
3 tot 10 personen. |
|
Tijd |
5 tot 15 minuten. |
Stappen:
1. Trek één gesprekskaart (#HoeDan) die past bij het moment.
2. Lees de vraag hardop voor.
3. Geef iedereen maximaal één minuut om te reageren.
4. Ga nog niet in discussie; luister en verzamel.
5. Sluit af door kort samen te vatten wat opvalt of terugkomt. Daarna kun je samen in gesprek over de inzichten.
|
Doel |
Het gesprek verdiepen over een bepaald onderwerp rondom de opgave. |
|
Inzetten bij |
De start van een overleg, een vastlopend gesprek of wanneer richting nodig is. |
|
Opbrengst |
Een gedeeld beeld van wat er speelt, inzicht in verschillen in perspectief en een concrete actie waar het team mee verder kan. |
|
Aantal personen |
2 tot 10 personen. |
|
Tijd |
15 tot 30 minuten. |
Stappen:
1. Kies samen een thema dat past bij het gesprek (bijvoorbeeld opgave of samenwerken).
2. Kies één gesprekskaart die past bij wat er nu speelt en lees de vraag hardop voor.
3. Iedereen deelt kort zijn of haar antwoord.
4. Gebruik de verdieping op de kaart om door te vragen of anders te kijken.
5. Kijk bij de actiekaarten in dit thema of er inspiratie is voor jullie vraagstuk.
6. Maak een concrete afspraak over wie wat doet en wanneer.
|
Doel |
Bespreekbaar maken wat spanning geeft in de samenwerking of in de opgave. |
|
Inzetten bij |
Wanneer het gesprek stroef loopt, er irritatie is of verschillen onuitgesproken blijven. |
|
Opbrengst |
Inzicht in wat het gesprek lastig maakt en erkenning van verschillende perspectieven. |
|
Aantal personen |
2 tot 8 personen |
|
Tijd |
20 tot 30 minuten |
Stappen:
1. Kies het thema dat het beste past bij waar het schuurt (bijvoorbeeld speelveld of samenwerken).
2. Laat iedereen één gesprekskaart kiezen die past bij wat hij of zij lastig vindt.
3. Om de beurt licht iedereen kort toe waarom deze kaart is gekozen.
4.Stel verhelderende vragen, zonder te oordelen.
5. Kies samen één actiekaart die helpt om met deze spanning om te gaan.
6. Spreek af hoe en wanneer jullie dit gaan uitproberen.
|
Doel |
Ophalen wat belangrijk is om vast te houden of mee te nemen naar de volgende stap. |
|
Inzetten bij |
Aan het einde van een overleg, bijeenkomst of werksessie. |
|
Opbrengst |
Gezamenlijk overzicht van wat telt, inzicht in wat blijft hangen en een bewuste afronding. |
|
Aantal personen |
2 tot 15 personen |
|
Tijd |
10 tot 15 minuten |
Stappen:
1. Leg een aantal gesprekskaarten (#HoeDan) open op tafel.
2. Laat iedereen een kaart kiezen die past bij wat hij of zij wil meenemen.
3. Om de beurt deelt iedereen kort zijn of haar inzicht.
4. Vat samen wat vaak terugkomt.
5. Leg vast wat dit betekent voor de volgende stap in de opgave en de samenwerking.