Maatschappelijke opgaven houden zich niet aan de grenzen van organisaties, beleidsdomeinen of bestuurslagen. Toch is de overheid grotendeels langs zulke grenzen georganiseerd. In dit essay onderzoeken Martijn van der Steen en Jorren Scherpenisse van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) hoe maatschappelijke opgaven het vertrekpunt van organiseren kunnen worden en wat nodig is om grenzeloos samenwerken van uitzondering tot regel te maken.

De titel verwijst naar de veranderkundige kern van het essay. Wie van de bestaande manier van organiseren (A) naar grenzeloos samenwerken (B) wil bewegen, moet tijdens de verandering al vanuit de principes van B werken. Alleen door al vanuit de principes B te werken, bereikt je B: van A naar B, via B.

Beeld van de voorkant Essay Grenzeloos samenwerken: Van A naar B, via B

Drie inzichten uit het essay

1. Grenzen belemmeren én beschermen
Grenzen kunnen samenwerking rond een maatschappelijke opgave bemoeilijken, maar hebben ook belangrijke functies. Ze maken verantwoordelijkheden zichtbaar, begrenzen bevoegdheden en dragen bij aan democratische en rechtsstatelijke waarborgen. Grenzeloos samenwerken betekent niet dat grenzen verdwijnen. Het gaat erom dat je per maatschappelijke opgave bekijkt welke grenzen nodig zijn. Welke grenzen kun je verleggen? En hoe zorg je dat belangrijke waarborgen behouden blijven?

2. Van uitzondering naar nieuwe standaard
Samenwerking over organisatiegrenzen heen is nu vaak een uitzondering op de bestaande structuur. De auteurs pleiten voor een nieuwe ‘default’ waarin niet de afzonderlijke organisaties, maar de maatschappelijke opgaven het vertrekpunt vormen. Mensen, capaciteit, competenties en middelen bewegen naar de opgaven die zich aandienen, terwijl passende vormen van borging en begrenzing worden georganiseerd.

3. Van stollen naar stromen
Bij stolling vormen vaste organisatiestructuren en begrensde organisatie-eenheden het  uitgangspunt. Bij stroming bewegen mensen, kennis en middelen naar de opgaven die zich aandienen. Organiseren betekent dat het bieden van een passende bedding deze beweging mogelijk maakt. Daarbij blijft de paradox bestaan: zodra grenzeloos samenwerken een vaste vorm krijgt, kan het opnieuw gaan stollen.

Wat grenzeloos samenwerken vraagt, moet daarom gaande wegen steeds opnieuw worden afgewogen. Bij stolling vormen vaste organisatiestructuren en begrensde organisatie-eenheden het  uitgangspunt. Bij stroming bewegen mensen, competenties en middelen naar de opgaven die zich aandienen. Organiseren betekent dat het bieden van een passende bedding deze beweging mogelijk maakt. Daarbij blijft de paradox bestaan: zodra grenzeloos samenwerken een vaste vorm krijgt, kan het opnieuw gaan stollen. Wat grenzeloos samenwerken vraagt, moet daarom gaande wegen steeds opnieuw worden afgewogen.

Waarom lezen?

De begrippen ‘default’, ‘stolling en stroming’ en ‘van A naar B, via B’ bieden een bruikbare taal om patronen in organisaties te herkennen. Het essay helpt begrijpen waarom grenzeloos samenwerken vaak moeizaam blijft, ook wanneer iedereen het belang ervan onderschrijft.

Lees het essay via de website van de NSOB.