Op 17 april 2026 organiseerde de Kenniskring OGW Rijk een themabijeenkomst vanuit onderwijsperspectief. Gastsprekers Elma Oosthoek en Nora El Maanni van de Hogeschool Rotterdam namen de deelnemers mee in hun visie op hoe overheid, onderwijs en samenleving samen kunnen leren rond maatschappelijke opgaven. Centraal stond de vraag hoe je als professional een leerruimte creëert waarin niet alleen kennis wordt opgehaald, maar ook wordt teruggegeven. De bijeenkomst leverde een helder perspectief op: duurzaam samen leren vraagt om een andere grondhouding, waarin nabijheid, gelijkwaardigheid, wederkerigheid en continuïteit centraal staan.

Afbeelding: sfeerimpressie themabijeenkomst 17 april 2026
Belofte aan de stad
De bijeenkomst startte met een confronterend maar herkenbaar verhaal uit Rotterdam-Zuid. In deze wijk kwamen jarenlang onderzoekers, studenten en overheidsinstanties langs om data te verzamelen over uiteenlopende thema’s als leefbaarheid, veiligheid en armoede. Het resultaat: bewoners raakten ‘onderzoeksmoe’. Zoals één van de citaten uit de praktijk treffend laat zien: “Wat kommie doen dan?”
Het schuurpunt dat hieruit spreekt, was simpel maar fundamenteel: wat krijgt de wijk eigenlijk terug voor hun bijdrage aan al die onderzoeken?
Dit besef leidde bij de Hogeschool Rotterdam tot een koerswijziging. In plaats van alleen maar kennis halen, werd het uitgangspunt: samen leren mét de stad. Dit kreeg vorm in een ‘belofte aan de stad’, gebaseerd op vier principes:
- Nabijheid – werken in en met de wijk
- Gelijkwaardigheid – bewoners en professionals werken samen als partners
- Wederkerigheid – niet alleen halen, maar ook iets brengen
- Continu leren – langdurige betrokkenheid en overdracht tussen generaties studenten
Deze principes vormen niet alleen een werkwijze, maar een grondhouding in de tegemoettreding van de wijk, die inmiddels is verankerd in de onderwijsvisie van de Hogeschool.

Afbeelding: vier principes uit de belofte aan de stad verankerd in de onderwijsvisie
Acteren en leren in de tussenruimte
Een belangrijk inzicht uit de presentatie was het verschil tussen de ‘geplande stad’ en de ‘geleefde stad’. Waar beleid en plannen vaak lineair en rationeel zijn, is de werkelijkheid in wijken rommelig, relationeel en continu in beweging. Juist in die tussenruimte ontstaat frictie, maar ook de mogelijkheid tot leren en vernieuwing.
De vraag is dan niet alleen hoe je betere plannen maakt, maar vooral hoe je als professional leert bewegen in die tussenruimte. Dat vraagt om andere vaardigheden dan traditioneel onderzoek of beleid maken, en dus ook iets anders van het onderwijs. Het vraagt om luisteren, aanwezig zijn en je openstellen voor wat je nog niet weet.
Een treffend voorbeeld uit de praktijk illustreert dit: studenten droegen actief bij aan het klimaat in de wijk door gevels bijenvriendelijk te maken. Het zijn kleine stapjes, die allemaal samen een grote bijdrage kunnen hebben. Na afloop verwoordde een student wat deze andere verhouding tot de wijk met hem deed: “Ik heb voor het eerst het gevoel dat ik écht impact heb gemaakt.”
Theory U als kompas voor samen leren
Om deze andere manier van werken te duiden, introduceerden Elma en Nora het model van Theory U van Otto Scharmer. Dit model beschrijft een leer- en veranderproces in vijf fasen, van gezamenlijk intentie bepalen tot experimenteren en opschalen.
De kern van Theory U zit niet in het volgen van stappen, maar in de onderliggende houding: vertragen, luisteren en ruimte maken voor nieuwe inzichten. In de woorden van de sprekers: het gaat niet om ‘ik zie, ik oordeel, ik beslis’, maar om het centraal stellen van de ander.
Elma heeft deze benadering voor haar master thesis vertaald naar een eigen ‘Rotterdamse U’, waarin de vier eerdergenoemde principes uit de belofte aan de stad zichtbaar zijn ingebed in het leerproces. Daarmee wordt Theory U niet alleen een theoretisch model, maar een praktisch kompas voor samenwerking met de stad.

Afbeelding: Theory U als kompas voor samen leren met de stad
Grenswerkers: werken in de tussenruimte
Het tweede inhoudelijke deel van de bijeenkomst ging over de rol van grenswerkers (boundary spanners). Dit zijn professionals die opereren op het snijvlak van organisaties, domeinen en werelden. Zij werken in de ‘tussenruimte’ en hebben als kerntaak om verschillen te overbruggen.
Grenswerkers hebben te maken met verschillende soorten grenzen:
- Sociale grenzen – vertrouwen en wij-zij-denken
- Cognitieve grenzen – verschillen in taal en perspectief
- Materiële grenzen – macht, middelen en regels
Het bewust herkennen van deze grenzen is een eerste stap om ze te kunnen overbruggen. Voor grenswerkers is het acteren in de buitenwereld meestal een tweede natuur. Wat vaak lastiger is, is om de beweging terug te maken, en de leefwereld in de stad, regio of samenleving te verbinden met de systeemwereld in hun eigen ‘moederorganisatie’.
Een belangrijk inzicht dat hierbij naar voren kwam: grenswerkers bewegen voortdurend tussen werelden. Ze brengen de logica van de organisatie naar de wijk én de logica van de wijk terug naar de organisatie.

Afbeelding: sfeerimpressie themabijeenkomst 17 april 2026
Eigen casuïstiek
Als altijd kenmerkte de bijeenkomst zich door een sterke koppeling tussen theorie en praktijk. Zo werd het Theory U-model letterlijk ‘ervaarbaar’ gemaakt door het op de vloer uit te beelden met gekleurde wol. Deelnemers positioneerden zichzelf fysiek in het model: werken zij vooral vanuit regels en kennis (blauw), vanuit macht (zwart), of vanuit verbinding met de ander (geel)?
Spanningen werden in deze opstelling goed voelbaar. Het blijkt nog best lastig om daadwerkelijk vanuit verbinding te werken. Zoals een deelnemer verwoordde: “Ik wil bij geel staan, maar voel dat ik steeds teruggeduwd word naar blauw.” Een andere deelnemer vertelde hoe haar dagelijkse werk bestaat uit het bij elkaar brengen van beide werelden, bijvoorbeeld door bestuurders en collega’s van haar organisatie mee te nemen de wijk in.
In het tweede deel van de bijeenkomst onderzochten deelnemers waar in hun opgave de verschillende typen grenzen zichtbaar worden. Wat het overbruggen van deze grenzen lastig maakt. En wat dit vraagt van hun eigen handelen als professional.
Ook dat leverde inzichten op. Voor een deelnemer werkte het ontspannend om zich te realiseren dat het óók professioneel is om je hele menszijn in te brengen in de relatie. Dat je als onderzoeker niet alleen maar distantie hoeft te bewaren. Een andere deelnemer gaf aan dat ze gemengde ervaringen daarmee had. Dat haar collega’s, toen ze haar verhaal persoonlijk maakte, hiervan schrokken en nog even tijd nodig hadden om te bepalen hoe ze zich daartoe moesten verhouden.

Afbeelding: sfeerimpressie themabijeenkomst 17 april 2026
Inzichten uit de nabespreking
Een aantal thema’s kwam steeds terug in de plenaire reflecties op de oefeningen:
1. Professionaliteit vraagt om menselijkheid
Professioneel handelen betekent niet dat je afstand moet bewaren. Integendeel: jezelf meenemen als mens is juist essentieel om verbinding te maken. Dit werd ook bevestigd in de evaluatie: deelnemers namen mee dat professionele afstand niet altijd nodig is.
2. Kleine stappen maken grote impact
In plaats van te focussen op grote systeemveranderingen, helpt het om klein en concreet te beginnen. Kleine initiatieven kunnen onverwacht grote effecten hebben, bijvoorbeeld doordat ze beleid beïnvloeden.
3. Werken op grenzen vraagt tijd en geduld
Samen leren en verbinden kost tijd. Het vraagt om vertraging, het uithouden van onzekerheid en het niet direct grijpen naar protocollen of oplossingen.
4. Grenswerk is tweerichtingsverkeer
Niet alleen naar buiten bewegen, maar ook naar binnen: investeren in de eigen organisatie, mandaat organiseren en collega’s meenemen.
5. Er is niet één juiste manier
De weg naar ‘geel’ – werken vanuit verbinding – is voor iedereen anders. Het vraagt om zoeken, experimenteren en het benutten van elkaars talenten.

Afbeelding: sfeerimpressie themabijeenkomst 17 april 2026
Samen leren als voortdurende beweging
De bijeenkomst werd afgesloten met een fysieke terugkeer naar de Theory U-opstelling. Deelnemers reflecteerden opnieuw op hun positie: waar sta ik nu, en waar wil ik naartoe?
Wat bleef hangen, is dat samen leren met de stad geen methode is die je even toepast, maar een voortdurende beweging. Het vraagt om een andere manier van kijken, communiceren interactie aangaan.
De bijeenkomst liet zien dat de combinatie van theorie, praktijk en persoonlijke reflectie helpt om die beweging in gang te zetten – en vast te houden.