Maurits de Jongh (Ethiek Instituut) onderzocht vanuit politiek-filosofisch perspectief welke rol ambtenaren kunnen vervullen in een democratische rechtsstaat. Vaak wordt hun positie als problematisch gezien: ze zijn niet gekozen, maar hebben wel directe toegang tot de macht. Daardoor ontstaat vooral discussie over wat ambtenaren níet zouden moeten doen, terwijl er weinig aandacht is voor wat zij wél moeten doen — zeker in tijden van democratisch verval.
De Jongh draait dit om en begint bij de vraag wat een democratische rechtsstaat moet bewaken of bevorderen. Van daaruit formuleert hij de logische rol van ambtenaren. Hij bespreekt vier theorieën over democratie en koppelt aan elk een specifieke taak voor ambtenaren. Zelfs in de meest minimale democratieopvatting hebben ambtenaren al een duidelijke opdracht: vrije verkiezingen en daadwerkelijke machtswisselingen mogelijk maken. Dit vereist ook aandacht voor minderheden en het voorkomen van permanente macht voor één groep. In alle theorieën blijkt dat ambtenaren een eigenstandige taak hebben. Hun rol is daarom altijd groter dan die van louter “dienstmeid” van de politieke leiding.