Een opgavecoach ondersteunt teams die werken aan complexe opgaven. Maar hoe werkt dat nu eigenlijk in de praktijk? En wat levert het op? Jeroen van Bergenhenegouwen en Florien van der Windt vertellen over hun ervaringen van een tijdje geleden, toen zij – elk vanuit een ander departement – werkten aan de gezonde leefomgeving. “Opgavecoaches helpen de gezamenlijke opgave centraal te zetten.”

“Bij mijn departement groeide destijds het besef dat milieubeleid nadrukkelijker gezien moest worden als een opgave om de gezondheid van mensen te verbeteren,” blikt Jeroen terug. Hij was destijds directeur Industrie en Omwonenden bij het ministerie van IenW. “Het ging steeds meer over leefbaarheid en gezondheid. Vooral rond de opgave van de industrie werd die samenwerking steeds belangrijker: hoe zorgen we ervoor dat de industrie minder negatieve effecten heeft op de gezondheid van mensen? Daarvoor heb je andere departementen nodig.”

Florien werkte in dezelfde periode als directeur Publieke Gezondheid bij VWS, een rol die ze nog steeds vervult. “Health in all policies, gezondheid in alle beleidsterreinen, is voor ons al jarenlang een belangrijk uitgangspunt. Andere departementen zijn aan zet bij beleid voor milieu, landbouw of economie, maar de keuzes die zij maken, hebben direct invloed op de gezondheid van mensen. Meestal kijken we mee, maar vaak is beleid al grotendeels uitgedacht en proberen we de effecten op gezondheid nog een goede plek te geven.”

Een belangrijk moment in de samenwerking was het verschijnen van het rapport Industrie en Omwonenden van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) naar de manier waarop mensen in Nederland worden beschermd tegen risico’s van industriële uitstoot. Jeroen: “Dit rapport zette de gezonde leefomgeving heel nadrukkelijk op de kaart. Het vond veel weerklank in de samenleving en de departementen moesten intensief samenwerken om tot een goede kabinetsreactie komen.“

Behoefte aan reflectie

“Tegelijkertijd ontstond de behoefte om met iets meer rust te kijken naar hoe we ons tot elkaar verhouden,” vervolgt Florien. “Parallel aan het inhoudelijke werk naar aanleiding van het rapport hebben we daarom met vier departementen twee sessies gehouden, begeleid door opgavecoaches Marianne Witlox en Quint Dozel”

Volgens Florien was die reflectie nodig: “Veel start vanuit een departementale wens om een beleidsdoel te bereiken. Maar als je de opgave benadert vanuit een overkoepelend doel – bijvoorbeeld een gezonde leefomgeving – dan ziet het speelveld er meteen anders uit dan wanneer je uitgaat van de woningbouwopgave, landbouwbeleid of economische groei. De opgavecoaches hielpen ons om even boven ons eigen departement uit te stijgen en de gezamenlijke opgave centraal te zetten.”

Die aanpak zorgde voor een ander gesprek dan in een reguliere vergadering. “Je zit niet meteen in de stand van beslissingen nemen,” vertelt Florien. “Het gaat eerst over: waarom is dit onderwerp voor jou belangrijk? Wat heb jíj met de gezonde leefomgeving? Door dat soort uitgangspunten te delen, leg je een basis voor betere samenwerking – juist als het later spannend wordt.”

Opgavecoaches helpen teams om samen helderheid te krijgen over de opgave, de samenwerking te versterken en gericht stappen te zetten. Ze begeleiden gesprekken, doen interventies wanneer het schuurt en reiken diverse werkvormen aan. Jeroen: “Ze dwongen ons om even uit de dagelijkse hectiek te stappen. Met behulp van verschillende werkmethodes. Dat doen wij als inhoudelijke beleidstijgers niet vanzelf.”

Samenwerking versterken

Vooral de twee gezamenlijke sessies hadden volgens beiden veel effect op de samenwerking. Jeroen: “We werden betere collega’s. Je staat veel beter in contact met elkaar. Ik zeg niet dat dit altijd nodig is bij nieuwe samenwerkingen, maar voor ons gaf het op dat moment precies de diepgang die nodig was.”

Florien vult aan: “Omdat je beter weet waar iemands belangen, zorgen en commitment liggen, begrijp je later ook beter waar gevoelige punten zitten. We hebben best ingewikkelde gesprekken moeten voeren – over dynamiek, over politieke druk – maar doordat we eerst die basis hadden gelegd, lukte dat veel beter.”