Voor de 27-jarige rijkstrainee en organisatie-ethica Annick Valdes Perez is het stellen van wezenlijke vragen een tweede natuur. Tijdens haar opleiding onderzocht zij wat er op het spel staat wanneer hun persoonlijke waarden van mensen botsen met hun werk. Haar stuk daarover maakte nieuwsgierig naar haar visie op ethiek in de overheid.

"Ik trek het niet als ambtenaren zeggen dat ze niets met ethiek willen"

 ‘Na mijn bachelor European Studies wist ik nog niet wat ik wilde.’, vertelt Annick. ‘Toen ben ik gaan werken bij een klein bedrijf. Een van de dingen die ik daar heb geleerd is dat het niet werkt als een directeur out of the blue roept ‘Zo gaan we het doen.’ Dan gebeurt het dus niet. Ik had destijds allerlei ideeën over hoe je je als medewerker moest gedragen en presenteren. Je had me moeten zien, in mijn bloesje en rokje, met gestijlde haren. Alsof ik mijzelf moest splitsen van mijn ‘privé-zelf’ als ik aan het werk was. Dat hield ik niet vol.’

De zin en waarde van werken

‘In mijn zoektocht naar hoe verder vond ik de master organisatie-ethiek in Tilburg. Daarin ging het over alles waarover ik thuis en met vrienden al sprak. Zoals de zin en waarde van werk, liberalisme en bureaucratie. Ik ontdekte dat ik altijd al bezig was geweest met existentiële vragen. Als kind dacht ik bijvoorbeeld al na over wat er gebeurt als je dood bent, wat geluk is, of wat waar is en niet. Allemaal vragen die over het wezen van mens zijn gaan.’

Ik neem waarheid heel serieus

‘Een vroege herinnering is van toen ik een jaar of vijf was. Twee meisjes vertelden aan iedereen dat zij heksen waren. Ik was heel bang voor ze. Daarom ging ik naar ze toe en vroeg of ze het mij zouden vertellen als ze écht heksen waren. Ja, zeiden ze. Toen was ik gerustgesteld. Want ik wist zeker dat ze mij de waarheid zouden vertellen.'

'Ik ga er nog steeds in de eerste instantie vanuit dat mensen de waarheid spreken en ik merk dat ik zelf ook waarheidsgetrouw ben. Want bewust of onbewust ben ik er vaak mee bezig de waarheid te achterhalen. Er wordt natuurlijk best vaak gelogen, en soms met goede redenen. Daar word ik eigenlijk heel verdrietig van. Maar ik heb dan de neiging dat te vertalen in cynisme. En in dat cynisme denk ik dan weer dat mensen liegen, terwijl ik eigenlijk hoop dat ze de waarheid spreken. Dit continue waarheidsspel kan een zware lading voor me krijgen, juist omdat ik waarheid zo serieus neem.’

Contact met burgers

‘Als ambtenaar van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wil ik het contact niet verliezen met burgers. Dit is een missie die mij na aan het hart ligt, omdat ik graag wil dat mensen ons als overheid vertrouwen en geloven. Wat we doen als overheid, moet daarom voor burgers rechtvaardig en navolgbaar zijn.’

‘Hoe kan ik mensen helpen om daarover tot goede reflectie te komen daarover? Dat is mijn puzzel. Want ik wil niet iemand worden die tot vervelens toe aandringt op ethische reflectie. Ik ben ermee aan het oefenen, eerst in het team Gelijkwaardigheid, Diversiteit en Inclusie, toen bij het programma Dialoog & Ethiek, en nu in een opdracht bij het directoraat-generaal Mobiliteit.’

Paradoxaal

‘Het paradoxale is dat mijn missie intern gericht lijkt. Terwijl ze voortkomt uit het feit dat het contact met burgers voor mij het belangrijkste is. ‘Buiten voorop’ heet dat binnen mijn ministerie. En terwijl ik nu werk aan de organisatiecultuur binnen mijn directoraat-generaal, ben ik in wezen daarmee bezig. Want als verschillende afdelingen elkaar niet weten te vinden om samen te werken aan opgaven, dan kunnen wij ook niet tot rechtvaardig beleid komen. Daarom werken we aan het vinden van gezamenlijke waarden, en hoe die tot uitdrukking komen in ons handelen. Als je de waarden kent van waaruit je werkt, kun je beter werk leveren voor burgers.’

Het levert zoveel op

‘Ik kom wel tegen dat mensen vinden dat reflectie afleidt van hun werk. Ze willen het leuk hebben in hun team en hun werk zo snel mogelijk af maken. Maar ik heb ondertussen ook geleerd hoeveel mensen met dilemma’s of interne strijd rondlopen. Dat is niet iets waar je in je eentje mee moet worstelen. Mensen hebben een veilige manier nodig om over hun twijfels en visie te praten. Het gaat om belangrijke vragen. Of we de goede dingen aan het doen zijn. Of we een compleet beeld van een situatie hebben. Of we gelijk hebben. Het doet teams goed om daar samen over te spreken, ook al is het soms lastig. Anders heb je kans dat de mensen weggaan omdat ze zich niet meer gemotiveerd voelen, of bezwijken onder interne strijd. Mensen worden op lange termijn gelukkiger als ze in hun werk hun dilemma’s niet steeds weg hoeven te drukken, en kunnen luisteren naar hun morele kompas.’

Zo snel gaat het

‘Ik heb zelf ervaren hoe snel je als nieuweling de gewoonten van de organisatie overneemt. Ik probeerde de dingen zo goed mogelijk van anderen na te doen, omdat ik dacht dat dat nou eenmaal zo hoorde. Totdat de voormalige staatssecretaris zei dat hij nog steeds achter de ‘minder Marokkanen’ slogan van Wilders stond. Dat raakte velen zo diep, mijzelf incluis. Ik zag meerdere mensen in hevige conflicten terecht komen en uitvallen. Toen besefte ik dat ik niet zomaar alles klakkeloos moest overnemen, want dat is heel gevaarlijk. Daarmee startte mijn reflectie op wat voor ambtenaar ik eigenlijk wilde zijn.’

Eenzaam gevoel

‘Als rijkstrainee word je binnengehaald met de verwachting dat je een frisse blik binnenbrengt. Dat je dingen kunt veranderen. In werkelijkheid denk ik dat dit ingewikkelder is dan het lijkt. In mijn gesprekken met enkele trainees kwam naar voren dat zij zich soms niet vrij voelden om zich uit te spreken als ‘nieuwe’ medewerker binnen de organisatie.’

‘Dit kwam doordat zij zich een buitenstaander voelden in vergelijking met de andere collega’s en trainees, ofwel om cultureel-religieuze of sociaal-economische redenen, of op basis van hun karaktereigenschappen. Zij, en ook ik, hebben de neiging te denken dat anderen zich wel als een vis in het water voelen bij de Rijksoverheid. Ik kreeg zelf ook het gevoel dat ik hier eigenlijk niet hoor, omdat mijn ideeën niet passend leken. Dat leidt tot een eenzaam gevoel, wat niet behulpzaam is als het gaat om tegenspraak geven. Dat steekt nog af en toe de kop op, maar vermindert wel als ik met collega’s praat over gezamenlijke dilemma’s. Dan voel ik mij gesterkt.’

‘Een collega zei daarom tegen mij: ‘Je moet als je jong bent niet bij de overheid werken, maar je moet dingen doen die je leuk vindt’. Daar gaat dus een beeld onder schuil dat werken bij de overheid niet leuk is als je streeft naar verandering. Maar ik weiger dat te geloven. We worden als rijkstrainee geacht de organisatie te helpen veranderen. Nou, dan kunnen we ook eisen stellen. De opleidingsdagen kunnen veel steviger worden gericht op het veranderen van de praktijk, vanuit goed ambtelijk vakmanschap.’

Wat wil je meegeven aan ambtenaren als het om ethiek gaat?

‘Laat je niet afschrikken door het woord ethiek, maar wees er nieuwsgierig naar. Het gaat erom te zorgen dat we als organisatie de goede dingen doen, op een goede manier. Dat wil iedereen, daarvan ben ik overtuigd.’

‘Managers hebben een belangrijke rol. Als zij werken vanuit openheid over morele vragen, doen ze iets heel goeds. Wederkerigheid is daarbij belangrijk: ze moeten niet alleen luisteren maar ook hun eigen twijfels delen. Ook kunnen zij mensen ruimte en vertrouwen geven om te werken aan ethische reflectie.’

‘Ik zou toe willen naar een vaste plek voor ethiek in beleids- en besluitvormingsprocessen. Dan wordt het normaal dat je met elkaar in beraad gaat voor je een volgende stap neemt. Of denk aan een maandelijks moment om aan de leiding mee te geven waar je gezamenlijk mee zit’.

Caroline Wiedenhof
Mei 2026